Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Och ik spreek niet van schuld...," blies Karei, zijn voorhoofd met een zakdoek afwisschend.

„Groote Hemel!" zuchtte Trees,

„Daar is geen touw aan vast te knoopen!" riep Marie.

„Laat mij even vragen," sprak van Berkel op krachtigen toon en zich tot de drie heeren wendend. „Dus Deodaat is weg?"

" De drie hoofden knakten gelijkelijk omlaag.

„Weggevlogen met de vliegmachine?"

De drie hoofden herhaalden die knakbeweging.

„En waar is die vliegmachine gebleven?"

„Hoor!" zei Sjors een vinger opstekend.

Boven het huis ronkte krachtig de motor van Fritz Müller's eendekker.

„Goeie genade!" riep Trees, „en blijft Deodaat daar nu maar inzitten?"

„Is-ie gek?" riep van Berkel. .. 4

„Nee.... nee," stamelde Tienus. „Hij zit er al lang niet meer in."

„D'r uit gevallen?" fluisterde van Berkel ontzet.

„Nee....!" riep Karei.

„O, nee...," zei Tienus. .*VF ij

„Maar wat dan?.... Spreek dan toch!" riep van Berkel die buiten zichzëlve raakte, „jelui gedragen je het of je een klap van de schroef hebben gekregen!"

„Me kop foelt net soo an," klaagde Sjors.

„Hou je mond," beval van Berkel, „en Tienus jij.... geef antwoord. Deodaat is met de vliegmachine opgestegen?"

„Ja," zei Tienus.

„En toen hij terugkwam?" .

„Hij kwam niet terug."

Sluiten