Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Carolien....," riep Trees, „waar is die?"

„Gut ja.... waar is die?" vroeg Tienus.

„Is die niet mee naar Clara?" vroeg Trees.

„Nee," antwoordde Karei, „Ik heb Carolien heelemaal niet meer gezien."

George herinnerde zich, ondanks de consternatie over Deodaat's verdwijnen, Carolien in druk gesprek te hebben zien zitten naast Johan Lebeu, had dit bijna gezegd, doch juist bijtijds bedacht, dat hij het wel voor zich kon houden ook, toen Trees riep:

„O, daar is ze...."

En op 't zelfde oogenblik trad Carolien de kamer in.

Ze zag er een beetje verontwaardigd uit en keek met onverholen verbazing naar de drie heeren die op een rijtje naast elkaar zaten en haar met allesbehalve feestelijke gezichten aanstaarden.

„Nou, dat's ook wat," sprak ze, „ik zoek me suf. Waarom zijn jullie zoo geheimzinnig verdwenen?"

„Kom je niet van Clara?" vroeg haar moeder.

„Van Clara?" herhaalde Carolien, „Wel nee Ma...., ik kom regelrecht van 't vliegveld. Ik ben achter door de tuin gekomen. Pa staat aan de voordeur met de bloemist te praten. Heeft-ie de planten gebracht voor hettooneel?"

„Maar kind!" riep Trees uit, „Het tooneell Dacht je, dan dat de partij door ging?"

Carolien's verbazing bereikte nu zijn hoogtepunt.

„Waarom zou de partij niet doorgaan?" vroeg ze, haar moeder en de anderen in snelle opeenvolging aanziende.

„De bruigom is fort," zei Sjors.

„Watte?"

„Deodaat is met de vliegmachine opgestegen, heeft zich ergens ver weg op den grond laten zetten en de

Sluiten