Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Laat dit zoo zijn," sprak mevrouw Lebeu, „dan blijf ik deze wijze van doen toch beneden alle critiek vinden. Johan!"

„Ja nicht?"

„Tocht het niet in dien zijgang?" „Nee, nicht."

„Denk er om, je bent zoo vatbaar."

„Ja, ik zal er om denken, nicht." . En Johan knoopte zijn jas toe, ging voor het gesloten raampje staan en keek naar buiten.

„Gut, ik kan er maar niet over uit" zei Leentje Vis.

„Nee, ik kan er ook niet over uit," echode Betje.

„Zou jij die man, als-ie je zoo had behandeld, nog terugnemen, Suze?" vroeg Betje.

„Zou je?" vroeg Leentje.

„Och,"-antwoordde Suze, op haar handen kijkend, „Ik weet niet.... tout savoir, c'est tout pardonner."

„Nou, maar ik zou d'r voor-passen!" riep mevrouw Kapon uit. „ik zou zeggen, stil laten vliegen, voor mijn part vlieg je meteen naar de hel...."

„Ssst...." deden freule Tunberghe en mevrouw Lebeu gelijktijdig, de laatste met een bezorgden blik op Johan. ■ „Nou ja...," sprak mevrouw Kapon, „dan was-ie d'r vast. Later mot-ie er toch wezen. Om 'n vrouw zoo te affreteeren en ze om zoo te zeggen in d'r hemd op 't veld te laten staan."

„Johan," zei'mevrouw Lebeu, haastig.

„Ja nicht."

„Je kunt wel wat in de gang op en neer loopen."

„Heel goed nicht."

En Johan werd onzichtbaar.

„Nou, d'r hemd," zei freule Grevelduin, „ze had toch

Sluiten