Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel overtuiging of het de gewoonste zaak van de wereld gold.

„Hij was de heele dag al zoo afgetrokken," vervolgde Clara, „net of hij over iets tobde, en ik voor mij ben overtuigd, dat de zaak, die hem zoo vervulde, hem er ook toe gebracht heeft op zoo'n plotselinge manier af te reizen. En waarschijnlijk is hij gegaan naar de plaats, waar de oorzaak van zijn tobberij zich bevindt."

„Dat ken...," zei Tine.

„Ja.... heel aannemelijk...," knikte Trees.

„Als we hem daar dan maar konden bereiken," sprak Louis op ontevreden toon, „om hem uit zijn verstrooidheid wakker te schudden en hem er aan te herinneren, dat hij morgen trouwen moet."

„Nou.... morgen," zei Karei, die de onmogelijkheid dier veronderstelling te kras vond.

„Zoo'n haast is er nu niet," merkte Tienus op.

,,'t Stadhuis loopt nie wig," zei Sjors.

„Als we hem konden bereiken," sprak Clara, „weet ik zéker, dat alles terecht zou komen."

„Wel seker," zei Sjors, „d'r ben genoeg menschen, die erg luchies over die soort dingen denken. Net as die neef van me, ook soo'n rare frijer. Die wès al getrouwd. Komtie met s'n jonge frouw an se arm van 't stadhuis, seit-ie: 'n oogenblikkie en tegen 't volk, dat sting te kijken: La me 's deur, jo en soo in s'n trouwrok en mit s'n hooge sijen op, loopt-ie weg en se sien 'm 'n steegie inschieten. De trouwkoetsen stingen te wachten en d'r was 'n ruizedienee besteld bij Trianon. Afijn, dat duurde, maar wie d'r weerom kwam, m'n neef niet."

„Gunst," sprak Clara hevig geïnteresseerd, „en hoe liep dat af?"

Sluiten