Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja," antwoordde van Berkel, „maar maak het dringend," anders zitten we hier om twaalf uur nog te wachten."

„Alreit," sprak Sjors op het telefoontoestel toetredend en dan, na een oogenblik: „Jewel juffrouw, 1793 Arnhem, dringend..., jewel juffrouw.... toe, seit u, dadde ze 'n beetje opschiete, 't is foor 'n errege sieke."

„Siesoo," vervolgde hij den hoorn ophangend en dan tot Clara, „me kop af, as u Daad s'n eigen bassie niet binnen 't half uur hieruit sel hooren."

„Geloof je heusch?" vroeg Clara, die een poging deed om met een hoopvol gezicht te blozen.

„Maar als je nu zoo die dokter hebt, wat vraag je dan?" vroeg Karei. „Want als Deodaat zich bij geval schuil wil houden...."

„Schuil houden? Waarom?" riep Clara uit.

„Nou ja," vergoelijkte van Berkel, „als hij nu net hafverwege die uitvinding öf ontdekking is..."!

„Natuurlijk," viel Tienus bij, „dan wil hij mogelijk nog niet zoo dadelijk weten, waar hij is...."

„Precies," zei Karei, „maar als je dan die dokter plomp op z'n lijf valt met de vraag of Deodaat daar is, dan iègi hij hoogstwaarschijnlijk: nee!" '

„Ja, dat's waar," knikte Trees.

Ze keken elkaar eenige oogenblikken zwijgend aan.

,,'k Weit al...," zei Sjors, die rimpels in zijn voorhoofd had van 't peinzen.

„Wat dan?" vroeg Clara gespannen.

„Sel ik u laten hooren," sprak Sjors, den telefoonhoorn van den haak nemend, „effies generale repetitie houen, motte juilie sigge, hoe die is," en dan, terwijl hij in de telefoon sprak. „Dokter Brashout?.... o, gelukkig...; u

Sluiten