Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreikt mit uw collega van Dam uit Defenter.... jewel ik bin ook dokter.... sel ik u vertelle wat er is.... juffrouw de Jong..., Sjane de Jong, die krijgt daar 'n oogenblikkie geleje 'n beroerte..., nee se leeft nog, maar se roept alsmaar om d'r broer Deodaat.... daar is ze soo dol op, och men.... dat die an d'r bed mot komme.... en we wete s'n adres niet.... en astie foor morgenochtend er niet is, dan gaat se 't hoekie om.... Wat hib ik nou?.... Potverdikkie....!"

Sjors, die eerst erg op zijn gemak het gesprek met den Arnhemschen dokter had zitten verzinnen, scheen plotseling te schrikken, werd dan heel aandachtig, keek al luisterend met verwilderde blikken de anderen aan.

„Met wie?.... Met juffrouw Sjane o..., jewel juffrouw.... nee, van Bi rrekel sit hier bij..., mot u hem hibbe?.... jewel.... Clara is 't er ook...., soo.... wét seit-u?...." „Stil nou....!"

Dat laatste zei Sjors niet in, maar naast den telefoonhoorn, wijl plotseling de deur nog al geruchtmakend openging en tot verbazing van alle aanwezigen Johan Lebeu in een leeren motorjasje en met een valhelm op, de kamer binnen trad.

Het oogenblik was niet gelukkig gekozen en Johan deinsde dan ook op het gezicht van zooveel menschen en vooral op Sjors gesnauwde aanmaning om stil te zijn, onwillekeurig terug.

Maar van Berkel knikte hem niet onvriendelijk toe, legde een vinger op zijn mond en wees naar een stoel, die bij de deur stond.

Johan boog, ging gerujschloos zitten. Carolien zag purper.

Doch de groote aandacht was voor Sjors die nu eindelijk de telefoon aan den haak hing en zei: ,,'t Laatste nieuws.... Deodaat is thuis in Defenter....!"

Sluiten