Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstrooid, gaat zoo geheel op in zijn wetenschap en studie, dat de dingen van het dageiijksche leven maar al te dik» wijls onopgemerkt langs hem gaan tot schade van eigen lichaam en ziel.

Zoodat het ook volstrekt niet ongerijmd was om te veronderstellen, dat Deodaat uit verstrooidheid wellicht, verzuimd had uiting te geven aan gevoelens van genegenheid...., van liefde....

Voor wie?

Had zij, Suze, recht om te gelooven, dat zij inderdaad die „andere" vrouw was?

Dien avond, nu ongeveer een half jaar geleden, had ze wel hèèl sterk de sensatie gekregen, dat zij hem niet onverschillig was.

O, door een kleinigheid.

Ze had een theevisite gemaakt bij zijn zusters en toen ze heenging, kwam hij juist thuis.

„O.... gaat u heen?" had hij gezegd. „Mag ik u even in uw mantel helpen?"

Toen, wat zenuwachtig, had ze het gat van de linker?, mouw niet kunnen vinden, haar vingers gleden zoekend langs de voering, tot plotseling zijn hand de hare greep en die bracht, waar hij zijn moest.

„Hierzoo...," had hij gezegd.

„Hierzoo...." o, zeker, dat was maar een simpel eenvoudig woordje, waarin op zichzelf niet zoo dadelijk een liefdesverklaring besloten ligt.

Maar de toon, waarop hij dat zei.

„Hierzoo!"

Ze probeerde nu de intonatie terug te vinden.... smachtend.... week.... fluisterend.... verrukt bevend.... maat haar pogen was vruchteloos.

Sluiten