Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toch, zuchtte ze, toch hoor ik in mijn gedachte dien veelzeggenden klank, zoo duidelijk vragend en smeekend...

Waarom had ze zich toen ook niet omgewend en geroepen: „Spreek je uit.... ik begrijp je.... ik hou ook van jou!"

Zeker, zeker, nu ze dit naliet, had hij ook het recht haar voor koud en gevoelloos te houden.

Suze snoot even haar neus.

O, die ellendige misverstanden in de harde, wreede wereld; die afschuwelijke conventie!

Waarom mag een vrouw zich niet uitspreken in de gewichtigste oogenblikken van haar leven?

En dien anderen keer, toen ze hem ontmoette op straat bij de brievenbus.

Zij kwam van den eenen, hij van den anderen kant, ieder wilden ze een briefkaart posten.

Hij groette en zij knikte terug.

„Gaat uw gang," zei hij, toen ze even aarzelde om de kaart in den gleuf te steken.

Verder hadden ze geen woord gewisseld, ze waren na een afscheidsgroet ieder huns weegs gegaan.

Maar dat „gaat uw gang" van hém!

O zeker, dat zag ook op de briefkaart, maar had het nog geen andere, geen diepere beteekenis?

Hij was toch immers philosoof. -/ „Gaat uw gang';" het had in haar ooren geklonken als Sommige woorden in de drama's van Ibsen, met hun raadselachtigen ondergrond, maar ze had de diepe beteekenis ervan nog niet gepeild.

Weken had ze rondgeloopen met het plan naar hem toe te gaan en hem op den man af te vragen: wat bedoelde u, met dat: „gaat uw gang?" doch een zekere schroom had haar weerhouden.

Sluiten