Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,'n Koppie thee dan?"

„Nou, dat dan wel," accepteerde Suus, „maar laat ik jou niet storen, hoor."

„God kind, ik zit er al van te blazen, ik kan nie meer. Die krentekoeken ben goed, maar zoo versch is 't net of je heele lijf d'r van opblaast. Afijn, suiker en melk, hé? Zoo, biete, zou m'n Duise meid zeggen." Ze schoof Suus het kopje toe.

„Ja," sprak Suze, „ik zal je maar ineens zeggen, waar ik voor kom."

Mevrouw Kapon knikte aandachtig, sneed voor de gezelligheid nog een dik stuk gemberkoek af, beboterde dit op de haar eigene wijze en nam er een hap van.

„Het is," vervolgde Suze, „naar aanleiding van hetgeen je gisteren vertelde in de trein, van die waarzegster."

„O...," zei mevrouw Kapon, haastig de koek inslikkend, „de waarzegster...., wou jij die....? Zoo, zoo...."

„Ik geloof er eigenlijk niet aan," sprak Suze.

„Nee..., ik ook niet."

„Maar toch...."

„Je ziet er rare dingen van, hé?"

„Daarom."

„Vin ik ook."

„Woont ze hier in de stad?" vroeg Suze. Mevrouw Kapon knikte. „Dus je weet het adres?"

„Van eiges. God, kind, maar je mot niet denken dat 't wat bezonders is, als je d'r heen gaat. Je zou 't niet gelooven, nou ja, Simonet Grevelduin en Lydia Tunberghe die steken er de gek mee, dat's maar flauwe kul, want je kan mijn gelooven as ik je zeg, dat al groote lui d'r komme. Ik weet het. Laast stingen er twee eekepages en

Sluiten