Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag nogal, toen kon ik net zien dat zij niks atte als snijboonen met aardappels en elk 'n stukkie worst nog kleiner as me pink. Afijn, gezouten snijboonen in Mei, wij atte die dag toevallig arspersies, maar 'k zeg tegen me man, nou zal 't mij toch es benieuwen of ze 't daarmee motte doen en of 't er nou geen pudding of zoo toe komt, maar nee, hoor, nog geen happie rijst was 't er na en 'n glaasie schoon water hadden ze om 't eten deur te spoele. Me man die drinkt 's Zondags altijd bergonje zie je en die most toch lachen...! Afijn, maar die menschen ben zoo mirakel nieuwsgierig.... Nou loert zij in de spion tot wij om de hoek zijn en dan durft hullie meid best aan de onze te vragen, waar of ik naar toe ben, afijn die Duise, die praat niet, gelukkig en as ze wat zeit, ka je d'r amper verstaan."

Suze ving niet veel op van mevrouw Kapon's druk gebabbel; haar vervulden heel andere dingen.

Hoe meer ze woning van de waarzegster naderden, des te heviger begon ze tegen het avontuur op te zien.

Als die vrouw nu eens zei, dat Deodaat voorgoed voor haar verloren was, dat zij zich vergiste en hij niets om haar gaf.

O, maar ze behoefde die vrouw niet te gelooven. Een waarzegster!

Was 't eigenlijk geen dwaasheid wat ze ging doen? En toch....

Kee Kapon had gelijk; iedereen lachte er zoogenaamd om maar in 't geniep gingen ze er toch allemaal heen en dat zouden ze toch niet doen, als er geen frappante gevallen....

„We ben d'r sebiet," stoorde mevrouw Kapon haar gedachtengang, „daaris't....dathuissiemet die groene hor-

Sluiten