Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

retjes..., je kan de deur zoo opendoen, zonder te bellen, dat doet ze expres, omdat de meeste dames 'n hekel hebben om op de stoep te staan wachten. Want dan worden ze allicht gezien...." Suze kreeg 'n hartkopping.

„Entree sievoeplee...." zei mevrouw Kapon schertsend, terwijl ze de deur van het huisje opendeed en Suze voor liet gaan.

Boven hun hoofden tjingelde een belletje. Suze drong zich als een bang kind tegen Kee Kapon aan.

Het gangetje was nauw, de gepleisterde muren en het plafond zagen er groezelig uit; op den vloer lag een koeharen looper, die aan de randen sterk rafelde en in 't midden een gat had, zoo groot als een kinderhoofd. Uit de omstandigheid, dat de rand van dat gat sterk was opgebold, kon gereedelijk worden afgeleid, dat al menigeen met zijn voet in dat gat was blijven steken of er door gestruikeld was.

Van een haakje in 't plafond kwam een krom ijzerdraadje omlaag, waaraan een rood aarden* ampel hing, waarin een asparagus rustig bezig was om dood te gaan.

Er hing een geur in 't portaal, die herinneringen opwekte aan een slaapkamer, die niet gelucht is en waarin een pot met koffie op een petroleumstel aan de kook is geraakt.

Suze had maar nauwelijks gelegenheid om soortgelijke dingen op te merken, toen er een spichtig meisje uit een deur kwam en op hen toetrad.

„O..., zeker voor de waarzegster?" vroeg het kind.

„Jawel," zei mevrouw Kapon.

Het meisje deed een andere deur open.

„Past u op voor dat gat," zei ze en als Suze er des ondanks toch even met haar voet in bleef haken, lachte ze:

Sluiten