Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een ander en zoo..., je zult zien, zij weet en begrijpt sebiet meer dan je denkt."

„Stil es...," fluisterde Suze, die onwillekeurig naar de op een kier staande deur keek, waarachter ze eenig gerucht meende te hooren.

,,'k Hoor niks," zei mevrouw Kapon.

„Als ze Deodaat z'n naam vraagt.../' hernam Suze, „wat moet ik dan zeggen: meneer de Jong? Of niets zeggen?"

„Zal ze niet vragen," zei mevrouw Kapon, „maak je nou maar niet angstig voor niks. Nou hoor ik...."

Inderdaad klonk nu het geluid van een deur in de gang en even later sloften voetstappen aan.

De deur ging open en binnen trad een groote dikke vrouw van een jaar of vijftig met kruipennen in haar vettige, grijzende haren. Interessant of imponeerend was haar voorkomen niet; 't gezicht was pafbleek en op dat bleeke stonden de borstelige wenkbrauwen, die bijna tegen elkaar aangroeiden als twee zwarte veegen boven haar wat bijziende toegeknepen oogen; boven haar lip was een lichtere veeg, die terzijde van de mondhoeken uitliep in stugge zwarte haren, die ook weelderig opschoten uit een paar wratjes op haar kin.

Ze droeg een vale morgenjapon en proppen watten in haar ooren.

Ze boogzondertespreken tot de tweedames, zetteeenlorgnet op haar bleeke wipneus en keek haar cliënten dan aan.

Suze's hart klopte in haar keel.

„Juffrouw," zei mevrouw Kapon, „we wouen u es komen raadplegen."

„Goed mevrouw," zei 't mensch, dat nu plaats nam aan tafel tegenover de twee anderen, „wat is er van uw verlangen?"

Sluiten