Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet..., wat doet de bruigom nu....? Hij schudt het hoofd..., weg zegt hij..., weg bruid..., gij zijt de ware niet..., twee is een teveel..., weg die eene bruid..., daar gaat ze..., wie is de bruid, die blijft..., ik ken haar..., oah!"

Dit laatste was geen indiaansche strijdkreet, maar een geeuw, die op passende wijze het visioen van den bruigom met de twee bruiden afsloot.

Suze zag bleek van ontroering en nu 'was het mevrouw Kapon, die hevig knikkend blijk gaf van haar verrukking over dit hoopvolle toekomstbeeld.

„Hè..., dat was zwaar...," zei de juffrouw met rollende oogen en zich dan tot Suze wendend: „was het iets goeds voor u....?"

„Ja!" kreet mevrouw Kapon. „Ja, Suze...., zeker was het dat...." Suze knikte. Slikte wat weg.

„Wil ik uw hooreskoop nog lezen?" vroeg de juffrouw.

,,'k Zou 't maar doen," ried mevrouw Kapon.

„Ja..., ja...," zei Suze gretig, in de hoop nog meer over dat geval in de trouwzaal te hooren.

De juffrouw haalde nu uit een Ia van't mahoniehouten buffetje een beduimeld boekje te voorschijn, zette haar lorgnet weer op: „Uw jaar en dag van geboorte," sprak ze tot Suze.

„3 December 1872," antwoordde deze.

De juffrouw bladerde, staarde, trok rimpels in haar vettig voorhoofd, prevelde iets onverstaanbaars, dat wel iets had van een Latijnsch schietgebed en zei dan plotseling met zoo'n zware lage stem, dat mevrouw Kapon en Suze er van schrokken.

„De zon in de Waterman..., tranen..., tranen..., maar 't water komt tot aan..., niet boven de lippen..., de zon

Sluiten