Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat door de Maagd.... maar de Tweelingen.... geluk.... geluk.... Ik fieleseteer u, juffrouw," besloot ze op een gewonen, maar zeer hartelijken toon.

„Tweelingen...," prevelde mevrouw Kapon, „God Suus, dat is altijd 'n aluzie van mijn geweest...."

,,'t Is teveel..., teveel....!" snikte Suze plotseling hevig aangedaan.

„Nou juffrouw, d'r gaat misschien nog wel wat af," troostte de waarzegster, die de uitroep wat verkeerd opvatte.

„Nee..., nee...," protesteerde Suze.

„Nou 't doet mij genoegen, dat alles zoo goed er voor staat," zei de juffrouw „want als er dames komme en ik zie alles zwart en slecht voor ze, dan is het maar een verdrietig vak..., dat begrijpt u...."

Mevrouw Kapon en Suze knikten ten bewijze, dat ze geen moeite hadden om dit te beseffen,

„Maar," sprak Suze, die nu de emoties weer een beetje de baas werd, „kunt u me nou ook nog een raad geven?"

„Ja," viel mevrouw Kapon bij, „dat heeft u ook gedaan met een dame van me kennis.... met zoo'n annenieme brief, dat heeft gewerkt!"

De juffrouw knikte peinzend.

„Een annenieme brief is niks in uw geval," sprak ze dan „maar.... is die heer in de stad?" „Ja," antwoordde Suze. „Komt u bij hem thuis?" „Ja."

„Zoo..., nou, moet u es goed luisteren."

„Maar 'k zeg het u.... en u," vervolgde ze, zich tot mevrouw Kapon wendend: op voorwaarde, dat u 't an geen mensch anders zeit...."

Sluiten