Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK

Over huwelijksgebruiken bij de Dajaks en een wonderlijke kweekerij van prineesseboontjes. Van Berkel wordt gekust en Deodaat lijdt onder de gevolgen van een toovermiddel.

„Goed," zei van Berkel, na het gemeenschappelijk overleg, dat ze hielden, op den gedenkwaardigen morgen na Deodaats wegvliegerij, „terwille van Clara, zal ik naar Deventer gaan en Deodaat trachten te spreken. En een gemakkelijke zal hij niet aan me hebben. Of hij Clara al dan niet trouwt, is après tout een zaak, waarbij alle dwang uit den booze is, maar excuses zal hij maken èn tegenover Clara èn tegenover ons."

„Laat mij meegaan," sprak Louis, die te elfder ure nog met een slaperig en baloorig gezicht was komen aanzetten en ter oplossing van het geval het afdoende middel aan de hand had gedaan om met de bruid, de getuigen den ambtenaar van den Burgerlijken Stand en een veldwachter mir nichts dir nichts Deodaat's slaapkamer binnen te dringen om hem daar bij verrassing, desnoods in zijn bed, te trouwen, of om hem, zoo dit niet ging, dan maar geboeid en geblinddoekt naar het Waalbrugsche raadhuis te brengen, zooals, naar hij verzekerde, ongeveer ook de gewoonte was bij een Dajakstam in de binnenlanden van Borneo, waarbij de boeien en de blinddoek dan een zuiver symbolische beteekenis hadden.

Maar deze voorstellen, hoe vernuftig ook bedacht,

Sluiten