Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er zoo dikwijls geweest; ik kan dat huis wel droomen...."

„Goed," zei mevrouw Kapon en dan onwillekeurig de spreekwijze van de waarzegster nabootsend, vervolgde ze, „Dan ga je heen en azzeme binnen zijn, hang je je taschje aan de kapstok in de gang. Goed, dan praten we 'n stuitje in de kamer met Jeanne en Marie en Deodaat, als die d'r is en as ik dan zoo, effen an me neus krab, dan ga jij heen en je zeit, dat je effies je zakdoek uit je tassie mot krijgen. God, waar is me tassie nou....? O ja, in de gang. Snappie? Dan ga jij heen, ik hou ze binnen an de praat en jij krijgt de boonen en je gaat in de slaapkamer van zijn en gooit de boonen in zijn bed."

„Verbeeld je, dat hij er in ligt!" opperde Suze met een schrikschok.

„Nou ja...," zei mevrouw Kapon, „dan zeg je maar: Pedon, ik docht dat hier de pleesee was, of zoo wat en dan doen we 't een volgende keer."

Suze's gezicht betrok even bij de gedachte aan de mogelijkheid van een zoodanig avontuur, maar veel tijd om er over na te denken had ze niet meer, want ze stonden al op de stoep van de de Jong's en mevrouw Kapon gaf een krachtigen ruk aan de bel.

Toen van Berkel dien middag tegen zessen het station van Waalbrugge weer binnenstoomde, lachte hij, want op het perron stonden ze hem allemaal, Clara incluis, op te wachten.

„Pa lacht..., dat is een goed voorteeken," zei Agnes, die met Clara gearmd liep. „Geloof je?" vroeg deze zacht. Van Berkel trad dadelijk op Clara toe. „ Ik breng goed nieuws mee van je bruigom," sprak hij,

Sluiten