Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnenstormde en tot den jongen Piet Kras, het zoontje van den» veldwachter riep: „Piet..., meneer Lensvelt is doodziek!"

Piet Kras had nog weinig ervaring in de gemeenteadministratie; onder leiding van Lensvelt werkte hij daar nu juist twee maanden en in de laatste raadsvergadering was een voorstel van den burgemeester, om hem te benoemen als volontair ter secretarie op een salaris van tien gulden in de maand met algemeene stemmen aangenomen.

Piet knikte.

„Vader heit 't verteld meneer!"

„Maar vanmorgen vroeg is meneer Lensvelt per auto naar Deventer gebracht om dadelijk geopereerd te worden," vervolgde de burgemeester.

Dat wist Piet niet.

„Dat's dan zeker voor achten geweest," veronderstelde hij, want Piet's vader was steeds volkomen onkundig van de dingen, die er voor dat vroege morgenuur in de gemeente plaats vonden.

De burgemeester knikte.

,,'t Is verschrikkelijk...," sprak hij, „wat zouen we moeten beginnen als..., hm.... ik bedoel het zou vreeselijk zijn voor zijn vrouw en kinders...;" en de burgemeester nam plaats in zijn armstoel voor zijn schrijftafel en keek met een hopeloos gezicht het marktplein op, waar zich niets bewoog, dan een paar kippen en een haan, die scharrelde rond den paardenbak, die voor „Het wapen van Heivoorde" stond.

Burgemeester Uilhof was ondanks zijn beperkte verstandelijke vermogens een waardig man en hij koesterde ook gaarne die waardigheid, welke zoo'n voortreffelijk decorum voor zijn ambt was.

Sluiten