Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo met zijn wit vest over zijn deftige maag en zijn zwarte gekleede jas aan, oogde hij heel wat en dat erkenden ook trouwens zijn enkele zeldzame vijanden: „Het figuur voor burgemeester, dat heeft-ie!"

En op dat figuur was de heer Uilhof ook wel een beetje ijdel.

En wijl hij zeer goed begreep, dat dit figuur, in overdrachtelijken zin dan, er onder leed, als hij bokken schoot, was hij er altijd op uit, van die gevaarlijke sport, tegenover zijn ondergeschikten zoo weinig mogelijk te laten blijken en met een zeker aplomb net te doen, of hij drommels goed zijn weetje wist.

„Jij hebt je werk, Piet?" vroeg de burgemeester even later op den toon van een alles nagaanden chef de bureau.

„Jawel meneer," zei de jongen, „ik mot een register linieeren en dan nog die staten optellen van 't vierde kwartaal."

„Heel goed," zei de burgemeester, „en als je dan klaar bent met 't vierde kwartaal, dan begin je maar aan 't vijfde."

„Jawel, meneer," antwoordde Piet met een ietwat onbegrijpelijk gezicht, maar dan, na een oogenblik: ,,U weet, dat het vandaag trouwen is?" „Trouwen?"

De burgemeester vergat bijna zijn waardigheid door de schrik. Piet knikte.

„Die menschen uit Deventer.... of.... e.... nee, uit Waalbrugge...; meneer Lensvelt heit de stukken al klaar geleit..., hier ben ze...," en Piet sprong van zijn kruk en bracht den burgemeester een klein dossier.

„Drommels.... hm.... juist, dat treft nu," stamelde deze

Sluiten