Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, dat dacht ik al," sprak de burgemeester, „maar gaat eens even met me mee naar de raadzaal om te zien of alles zoover in orde is" en hij stond op, overlegde snel bij zichzelf, dat hij Kras, die in ieder geval een jarenlange routine op 't gebied van trouwplechtigheden had, meteen eens zoo ongemerkt zou uithooren.

„Zoe befeel!" sprak Kras, die er wel eens een Duitsch woord doorgooide op zulke bewogen dagen en hij volgde den burgemeester, die de raadzaal intrad.

„Juist," sprak de laatste, die onderzoekend rondkeek, „hm.... o, daar zit het bruidspaar.... en...."

„Nee," zei Kras het hoofd schuddend en dan met iets vaderlijk beschermends in zijn toon, „ik zal u zeggen.... hoe of ze zitten.... as je in de penarie zit, burgemeester, dan vraag je maar an Kras en Kras, die zal u wel zeggen..., hoe of 't mot... en dat..., dat..., doen ik graag, hoef je me heelemaal geen dankje meneertje voor te zeggen..., alleen 'n goeie sigaar, as je die bijgeval in je portemenee hebt...."

„Nou ja..., nou ja...," sprak de burgemeester, „je bedoeling is goed, Kras, maar nu moet je eens even stil zijn."

„Zoe befeel..., zoo stil as 'n dood veulen," zei de veldwachter, terwijl hij zich liet zakken in de monumentalen stoel van den burgemeester, die met een achttal eenvoudigere rond de tafel met het groene laken stond.

„De overtollige stoelen.... moeten weg," sprak de burgemeester.

Kras knikte instemmend.

„Hm...," arrangeerde de heer Uilhof dan, „die stoelen daar, zijn voor bruid en bruigom...."

„Nee," viel Kras in, „laat mij nou es zeggen.... God, ik ben ommers wel honderd keer.... wel duizend keer ge-

Sluiten