Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoord betaald aan Lensvelt in 't ziekenhuis zond. Allicht was hij nog in staat om antwoord te geven. Hm, als hij het dadelijk deed, kon hij het antwoord nog bijtijds hebben. En dan meteen door naar huis, zich verkleeden en zien of hij nog een toespraak kon vinden. Hij had wel van die boekjes: „De vroolijke bruilofstgast" en „De tafelredenaar," daar was allicht iets bij. Lang hoefde het niet te zijn.

„Kras, ik ga, je zorgt wel dat je tegen elf uur present bent, hé?" sprak hij. „Zoe befeel, burgemeester!"

„En haal wat bloemen..., om hier op tafel te zetten..., dat staat vroolijk...."

„Blommen?" vroeg Kras met een verachtelijk gezicht.

„Ja, ja..., zeker...., bij een trouwplechtigheid hooren bloemen," verzekerde de burgemeester.

„Ik dacht, dat er alleen jenever bij hoorde," zei Kras. „Ho, loeder...."

Dit laatste gold zijn sigaar, die uit zijn handen op den vloer viel.

„Tot straks!" en burgemeester Uilhof verliet het gemeentehuis.

Hij was echter nog niet aan het einde van de markt gekomen, toen Kras hem met zijn kromme beentjes achterna rende.

„Burgemeester!" brulhijgde hij al uit de verte, en als de burgemeester bleef staan en hij naderbij gekomen was sprak hij:

,,'t Is nog fout met de stoelen..., de bruid kan een stiefmoeder hebben maar de bruigom ook..., dus dat's nog een stoel.... voor twee stiefmoeders."

„Ja, waarachtig..., heel goed..., je hebt gelijk Kras...,

Sluiten