Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Berkel, die tegen den verslagen man eerst een vernietigende strafpredikatie wilde houden, kreeg nu medelijden met hem.

„Kom," sprak hij, „meneer heeft een geweldige flater begaan, maar hij zal stellig alles in 't werk stellen om de fout zoo spoedig mogelijk te herstellen."

„Ja..., o ja.... daar kunt u op aan...," stamelde de burgemeester.

„Ezel!" schold Louis nog gauw, toen ze heengingen.

Een kwartier later zaten ze aan het collation.

„Dat zullen we nu ten minste op een regelmatige wijze opeten," zei Trees, die aan de sandwiches en de rijnwijnbowl dacht.

Een auto met twee dames reed op dat oogenblik in snelle vaart naar Deventer terug.

„Nou zie je 't.... nou zie je 't," zei de dikke roode dame. „De zon in de Waterman..., 't water komt tot an, maar niet over de lippen...."

„Hoe is 't gosmogelijk, dat het zoo komme kan....!"

De bleeke juffrouw glimlachte gelukkig.

„Het is de Waterman niet," fluisterde ze, „ik heb het gevoeld, toen ik aldoor naar zijn achterhoofd keek..., het zijn de boonen..., de boonen....!"

Sluiten