Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. De Eesident geeft kennis aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur, bijaldien de aanvrager niet binnen zes maanden na de dagteekening van het besluit van vaste toezegging, voldaan heeft aan bovenbedoelde verplichting tot het doen inschrijven van het recht van erfpacht in de daartoe bestemde openbare registers (Bijblad No. 3864).

II. De Eesidenten gaan voort met de toezending aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur en aan de Algemeene Rekenkamer van afschriften hunner besluiten, houdende verlenging of nadere verlenging van den voor de vestiging van zakelijke rechten gestelden termijn, zoomede van afschriften hunnet beschikkingen, waarbij een nader tijdstip is bepaald voor de inzending van kaarten en meetbrieven van in erfpacht voorloopig toegezegde gronden en dienen in de maand Januari van elk jaar aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur vd. voorstellen in tot intrekking van erfpachtstoezeggingen, welke langer dan één jaar door den belanghebbende buiten gevolg zijn gelaten (Bijblad No. 6998).

III. De Eesident draagt zorg, dat van in erfpacht aangevraagde woeste gronden geen gebruik worde gemaakt vóórdat door de Eegeering is beslist of de grond aan den aanvrager zal worden afgestaan in erfpacht, welke beslissing niet ligt in de voorloopige toezegging van het erfpachtsrecht aan den aanvrager, doch voor welk gebruik vergunning kan worden verleend door den Directeur van Binnenlandsch Bestuur (St. 1916: 369; Bijblad Nos. 3008, 3864 en 5858).

B. Aanbieding van grond in erfpacht.

De bemoeienis der Inlandsche ambtenaren bij deze wijze van uitgifte is dezelfde als die bij onderhandschen afstand (afdeeling A), indien — wat regel is — tot openbare aanbieding

Sluiten