Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3e. door het Burgerlijk Wetboek van Nederlandsch-

Indië (2). 4e. door de erfpachtsakte.

ALGEMEENE VOORWAARDEN VAN AFSTAND IN ERFPACHT.

a. Op de in erfpacht afgestane gronden zijn de papavercultuur en zoutaanmaak verboden. (A. B. art. 12).

b. Voor het aanleggen van waterwerken op de erfpachtsgronden en het gebruik aldaar van bestaande waterstrOomen of leidingen, is bijzondere vergunning van den Gotivernfiur-Generaal of van een door den Gouverneur-Generaal aangewezen autoriteit (Directeur der Burgerlijke Openbare werkön) noodig.

Aan die vergunning kunnen voorschriften ten algemeene nutte verbonden worden (A. B. art. 12).

c. Door de uitsluiting van:

1. gronden, waarop anderen recht hebben, indien zij ongenegen zijn zich van hun recht te ontdoen;

2. gronden, naar de! inzettingen der Inlanders, als gewijde beschouwd;

3. gronden, voor openbare markten afgezonderd of voor den openbaren dienst bestemd;

wordt de afstand in erfpacht der omliggende, daartoe geschikte, niet belet, mits de erfpachter zich verbinde aan het gebruik der uitgesloten gronden geen hinder toe te brengen (A. B. art. 9, al. 4).

d. Opgezetenen van met een zakelijken rechtstitel aan ondernemingen van landbouw of nijverheid afgestane gronden, indien zij in vasten dienst zijn, zijn niet heerendienstplichtig; wanneer echter bij

(') Bij verkorting B.W.

Sluiten