Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rampen van hooger hand dan wel tot afwending van algemeen gevaar zulks tijdelijk noodig mocht rijn, kan desvereischt over alle werkbare mannen worden beschikt. (St. 1914 : 101; 1915 : 21; 1916 : 66).

e. In de erfpacht is niet mede begrepen de delfstoffen bevattende ondergrond. De erfpachter is verplicht de ontginning van delfstoffen door of op concessie van het Gouvernement te gedoogen volgens regelingen, bij algemeene verordening (*) testellen. (A.B. art. 95).

/. De erfpachter mag echter ten eigen gebruike af- en uitgravingen doen van steen, klei of andere soortgelijke, tot het erf behoorende grondspeciën, welke niet het voorwerp van eigenlijke mijn-ontginning art. 2. zijn.

g. De erfpachter oefent alle de rechten uit, welke aan den eigendom van heferf verknocht zijn; doch hij vermag niets te verrichten, waardoor de waarde van den grond mocht worden verminderd, (art. 7211. B.W.).

h. Hij heeft de vrije beschikking over alle boomen en gewassen, al of niet door hem zeiven aangeplant, tenzij uitdrukkelijk anders is overeenge-

art. 3. komen.

i. De toezegging van het recht van erfpacht vervalt door het onbenut verstrijken van den voor de aanvaarding met dat recht (resp. voor de indiening van kaart en meetbrief) gestelden termijn, tenzij verlenging van dien termijn is verleend.

Van het vervallen van gedane toezeggingen van het erfpachtsrecht wordt, in het belang van een behoorlijke administratie, aanteekening gehouden bij een besluit van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur.

(J) Mijnwet en mijn-ordonnantie enz., in een latere aflevering te behandelen.

Sluiten