Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aansprakelijk voor de volledige betaling van de tot op net tijdstip van de overdracht verschuldigde pachtpenningen en boeten, met dien verstande, dat betaling door den gewezen erfpachter den nieuwen erfpachter bevrijdt tot art. 11*. liet bedrag, dat voldaan is.

d. De erfpachter kan geenerlei vrijstelling van betaling der pacht vorderen, noch nit hoofde van vermindering noch van het geheel ophouden des genots. Zoo niettemin de erfpachter gedurende vijf achtereenvolgende jaren van het geheel genot is beroofd geweest, zal hem kwijtschelding verschuldigd zijn voor den tijd van zijn gemis. (art. 729. B.W.).

BOETEN.

a. Door den erfpachter, vallende onder de bepalingen van Staatsblad 1913 No. 699, wordt eene boete van vijf ten honderd van het onaangezuiverd gebleven canonbedrag verbeurd, wanneer de pachtpenningen niet binnen véértien dagen na afloop van het jaar, waarover zij verschuldigd zijn, in 's Lands kas zijn gestort, zonder verdere ingebrekestelling doch enkel wegens het onbenut verstrijken van dien termijn.

b. Een gelijke boete wordt verbeurd voor eiken vollen termijn van vier maanden verder verzuim, met dien verstande, dat de boeten nimmer meer zullen beloopen dan vijf en twintig ten honderd van het

art. 4'. evenbedoeld bedrag.

c. De boete gaat in op den vijftienden dag na dien, waarop de pachtschat of de vorderbaar geworden gedeelten daarvan in 's Lands kas zouden moeten zijn gestort ingeval voor de voldoening van den pachtschat uitstel is verleend of afbetaling bij payementen is toegestaan en de canonschuld niet

art. 42- ti;>dig is afgedaan.

Sluiten