Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. Geen boete is verschuldigd over den tijd, verloopen voor de verleening van dit uitstel of van die vergunning tot afbetaling van den pachtschat in payementen, indien deze vergunning- of dat uitstel eerst is verleend na afloop van den in het art. 4*. eerste lid van dit artikel bedoelden termijn.

De door den erfpachter gedane betalingen strekken steeds tot kwijting van de schuld, welke het eerst opvorderbaar is geworden.

OVERGANG VAN HET ERFPACHTSRECHT; OPDRACHT VAN HET BEHEER AAN EEN GEMACHTIGDE.

a. De erfpachter is bevoegd om zijn recht te vervreemden, met hypotheek te belasten en den grond, in erfpacht uitgegeven, met erfdienstbaarheden te belasten, voor het tijdvak van zijn genot. (art. 724 B. W.).

b. Hij moet op straffe van eene geldboete van ten hoogste f 100.— (ee honderd gulden) van iederen overgang van het erfpachtsrecht alsmede van de opdracht van het beheer der onderneming aan een gemachtigde, binnen één maand kennis geven aan het Hoofd van het gewest, binnen hetwelk de gronden gelegen zijn, waarop het erfpachtsrecht wordt uitgeoefend.

c. Voor de geldigheid van de overdracht van het erfpachtsrecht wordt de vergunning vereischt van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur

Behalve:

I. als de verplichting tot betaling van den

pachtschat nog niet is ingegaan, of II. als aan de overdracht voorafgaat voldoening van hetgeen den Lande toekomt aan pachtschat, berekend tot het einde van het jaar, waarin de overdracht geschiedt

Sluiten