Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kei 67 der bepalingen regelende de onteigening ten algemeene nutte (Staatsblad 1864 No. 6) en de ordonnantie van 3 Mei 1875 (Staatsblad No. 110).

De bevolking kan worden verplicht de gewone, voor het verrichten van dien koeliearbeid noodige, in haar bezit zijnde, gereedschappen als patioels, kap- en grasmessen, draagstok¬

ken enz. mede te brengen, doch zij kan niet 9

worden gedwongen zich deze daartoe opzette¬

lijk aan te schaffen (art. 2, alinea 1, Bijbladfl

Nos. 8031, 8211 en 8487).

De onder- § 6. (1) Het bovenstaande is niet van toepassing!

werpehjke 0D ^e gemeenteliike diensten, die, behoudens de maat-

'"niet^an8 re&elen» welke noodig mochten blijken om ze binnen: toenassin»- billijke grenzen te houden of terug te brengen, aan geen:

op gemeente- rechtstreeksche regeling van bestuurswege onderwor-l

diensten, pen worden.

(2) Inmenging van Europeesche of Inlandsche Ambtenaren met het doel om de gemeentelijke diensten:

uit te breiden of te verzwaren, is behoudens het be¬

paalde bij de volgende alinea uitdrukkelijk verboden.!

Cultuur- § 7. De cultuurdiensten worden door bijzondere!

diensten, voorschriften beheerscht.

Artikel 2. Deze ordonnantie treedt in werking opl

den dag harer afkondiging en werkt terug tot:

(Staatsblad 1914 No. 101) 1 Januari 1914J

(Staatsblad 1915 No. 21) 1 Januari 1915J

(Staatsblad 1916 No. 66) 1 Januari 19161

STRAFBEPALINGEN.

Art. 533 Hij die het verrichten van wettiglijk gevorderde W. v. Sr. (St, heeren-, gemeente- of cultuurdiensten zonder geldige 1915 3fo.7S2).re(jen najaag WOrdt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van ten hoogste tien

gulden.

Sluiten