Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Ondernemersraad voor Nederlandsch-Indië heeft zich in verschillende vergaderingen van zijn bestuursorganen bezig gehouden met besprekingen over de in Indië geheven wordende belastingen, inzonderheid voor zoover deze de aldaar gevestigde ondernemingen treffen. Ook heeft hij zooveel mogelijk gegevens verzameld over dë practische werking dier heffingen. De voorzitter heeft de in die vergaderingen tot uiting gekomen meeningen en bezwaren alsmede de verzamelde gegevens verwerkt in de hierachter volgende nota.

Dat stuk drukt derhalve niet slechts de persoonlijke meening van den voorzitter uit maar het geeft het oordeel weer van den Ondernemersraad in zijn geheel. Daar het in de wijze van inkleeding en in stijl onvermijdelijk een eenigszins persoonlijk karakter draagt, werd het alleen door den steller onderteekend, maar de Ondernemersraad stelt er prijs op uitdrukkelijk te verklaren, dat hij met inhoud en strekking er van geheel medegaat.

Met nadruk ondersteunt hij het denkbeeld om de voorbereiding van de zoo dringend noodige herziening van het Indische belastingstelsel op te dragen aan een Staatscommissie, waarin naast beoefenaars van de wetenschap der financiën en praktisch ervaren belastingambtenaren ook vertegenwoordigers van belanghebbenden zitting hebben.

In verband met de samenstelling van den Raad kan in de nota van zijn voorzitter de uitdrukking worden gezien van de meening van de groote meerderheid der belanghebbenden bij in Nederlandsch-Indië werkende ondernemingen.

Mr. J. H. VAN HASSELT, Onder-Voorzitter. Mr. A. G. N. SWART,

Gedelegeerd lid vlh. Algemeen Bestuur.

Den Haag, Juni 1922.

Sluiten