Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■H. INLEIDING.

In het beroemde en op een aantal punten nog altijd niet verouderde werk van Adam Smith, The Wealth of Nations, stelt de grondlegger van de wetenschap der Staathuishoudkunde aan belastingen in het algemeen de volgende vier eischen:

„I. The subjects of every state ought to contribute towards the support of the government, as nearly as possible, in proportion to their respective abilities; that is, in proportion to the revenue which they respectively enjoy under the protection of the state".

„II. The tax which each individual is bound to pay ought to be certain, and not arbitrary. The time of payment, the manner of payment, the quantity to be paid, ought all to be clear and plain to the contributor, and to every other person".

„III. Every tax ought to be levied at the time, or in the manner in which it is most likely to be convenient for the contributor to pay it".

„IV. Every tax ought to be so contrived as both to take out and to keep out of the pockets of the people as little as possible over and above what it brings into the public treasury óf the state".

Hoewel de nadere uitwerking van deze vier hoofdeischen niet in elk opzicht meer met de tegenwoordige opvattingen en toestanden strookt, worden toch die hoofdeischen zelf door de latere beoefenaars van het financiewezen algemeen als juist erkend, en zijn hunne tot in veel meer bijzonderheden afdalende beschouwingen als commentaren op de grondstellingen van Adam Smith te beschouwen. De eischen onder II, III en IV genoemd, gelden voor de tegenwoordige belastingen nog even goed als ongeveer 150 jaar geleden, toen the Wealth of Nations geschreven werd.

Wat de eerste stelling betreft, is er in den loop der jaren eenige verandering van opvatting gekomen, welke niet de stelling zelve, maar wel de conclusie die er in het tweede gedeelte daarvan uit wordt getrokken, eenigszins wijzigt.

I. Eischen van Adam Smith.

Ook nu nog wordt erkend, dat de ingezetenen behooren bij te dragen in 2. Belasting naar de lasten van den Staat in verhouding tot hun draagkracht. Maar diepere draagkracht, studie van het wezen der draagkracht zelf heeft er toe geleid in te zien, dat

Sluiten