Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werking op de inkomens hebben en alle ingezetenen op een ongeveer gelijkmatig peil van welstand brengen.

Met uitzondering van enkele extremisten, die geleid worden door ideeën omtrent geheel andere grondslagen van Staat en maatschappij dan die, waarop deze tegenwoordig berusten, en wat de hoofdzaak betreft, sedert eeuwen berust hebben, aanvaardt niemand de zooeven als mogelijk gestelde consequentie.

Werd deze in praktijk gebracht, dan zou dit een tweeledig gevolg hebben van allerbedenkelijksten aard. In de eerste plaats zou daarmede de drang tot inspanning van eigen krachten om ook een materieel betere en hoogere maatschappelijke plaats te veroveren, worden gefnuikt. Zulk een belastingpolitiek zou m.a.w. doodend werken op het particulier initiatief, den ondernemingsgeest en den ondernemersdurf; zij zou de zucht om door vermindering van kosten het rendement der bedrijven te vergrooten tegenhouden, den spaarzin aantasten en de volkskracht langzaam maar zeker ondermijnen. Alleen zij kunnen dit betwisten of loochenen, die niet rekenen met de werkelijke natuur der menschen, gelijk deze onder geheel verschillende omstandigheden de gansche geschiedenis door zich, alleen met kleinere afwijkingen in verband met verschil van toestanden, heeft geopenbaard, — doch zich ideëele gemeenschapsmenschen construeeren, waarvan zij het beeld niet aan de werkelijkheid, maar aan een vooropgezette theorie ontleenen.

Zóó sterk, nu, dat door de belastingheffing een algeheele nivelleering der inkomens, en daarmede van het maatschappelijk leven wordt bevorderd, is het in de werkelijkheid niet. Met uitzondering van de leiders der Sovjet-republiek, die trouwens reeds door de ervaringen, welke zij opdoen, worden genoopt de toepassing hunner theorieën geleidelijk te verzachten, is er geen enkele regeering en geen enkele wetgever, die niet erkent, dat het intreden van zulk een gevolg zóó schadelijk op de volkskracht en den algemeenen toestand der maatschappij zal terugwerken, dat het hoogst bedenkelijk zou zijn, die richting uit te gaan.

Intusschen zijn door, in en na den oorlog de openbare financiën in het meerendeel der landen in zulk een treurigen toestand gekomen, dat vele wetgëvers en regeeringen, alleen den directen nood van de schatkist ziende, zich moedwillig blind hebben gehouden voor de indirecte schade, welke zij door overdreven belastingheffing aan het maatschappelijk organisme toebrengen. Dit geldt niet alleen wat betreft demping van energie met al de bedenkelijke gevolgen van dien, maar het heeft ook een ander, voor den welstand der betrokken volken in de toekomst niet minder nadeelig effect.

Dit brengt'ons vanzelf tot de tweede consequentie van een te vergedreven stelsel van progressie. Indien een progressieve belastingheffing zóó ver gaat, dat zij nivelleerend op de inkomsten der ingezetenen inwerkt, heeft dit ten gevolge,

5. Ondermijning der volkskracht bij overmatige progressie.

6. Belemmering van kapitaalvorming.

Sluiten