Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Indië's credietwaardigheid.

worde uitgesteld, en bij alles worde goed overwogen of de kosten wel een daaraan geëvenredigd nut kunnen afwerpen".1)

Zoolang zulk een van' al te blijmoedig vertrouwen in de naaste toekomst getuigende geest den Landvoogd bezielt, zal de diepe ernst van den toestand zeker niet in de gansche administratie doordringen. En toch is dit noodzakelijk, zullen de stijgende tekorten op de Indische begrooting niet tot een nauwelijks herstelbare ontwrichting voeren.

Ter voorkoming van misverstand voeg ik, vóór ik tot mijn eigenlijk onderwerp overga, hieraan nog toe, dat verschil moet worden gemaakt tusschen den nood van de Indische schatkist en de credietwaardigheid van Indië. Tusschen die twee zaken bestaat ongetwijfeld verband. Voor de credietwaardigheid van het land is het volstrekt noodzakelijk, het budget sluitend te maken. Aangezien dit niet mogelijk is door de belastingschroef nog verder aan te draaien, moet de oplossing worden gezocht in het betrachten van de grootste zuinigheid.

Maar afgezien van dit verband, waarvan de beteekenis niet licht is te overschatten, wordt de mate van credietwaardigheid van Indië niet bepaald door den "tijdelijken nood van zijn schatkist. Gegeven een financieel beleid op gezonde basis — wordt deze veeleer bepaald door de verhouding tusschen 's Lands schulden en de economische waarde van dat deel zijner bezittingen, dat niet slechts ideëele belangen dient, die — met een hooger maatstaf gemeten — misschien nog waardevoller zijn, maar die toch geen op geld waardeerbaar rendement geven aan de instellingen, welke hun bevordering dienen. Scholen, kerken en alle instellingen van openbaar nut hebben een onschatbare beteekenis voor een land; maar bij het opmaken van de balans van baten en lasten mag men haar niet mederekenen. Hierbij komt het alleen aan op de privaatrechtelijke bezittingen van den Staat

i) De openingsrede, welke Z. E. in Mei van dit iaar uitsprak en waarvan ik eerst kon kennis nemen nadat dit deel mijner Nota reeds ter drukkerij was, is inderdaad somberder van toon. „De landsfinanciën — zoo vangt de G. Gr. dit jaar zijne rede aan — geven vele en groote zorgen aan NederlandschIndië. Ik gevoel dit sterker nog dan een jaar geleden". Te betreuren is evenwel dat Z. E. daarop als troost en opwekking doet volgen „dat Nederlandsch-Indië een land is van onbegrensde mogelijkheden". Zulk eene uiting in een officieele toespraak van den hoogsten Landsdienaar in Indië is niet zonder gevaar, omdat zij zoowel door hoogdravende idealisten die hun voeten niet op den bodem der werkelijkheid houden, als door revolutionnair-gezinden zoo licht in veel ruimeren zin wordt opgevat en geïnterpreteerd, dan zij bedoeld werd. Vooral thans nu de mogelijkheden integendeel zeer nauw begrensd zijn en alleen een bij uitstek, voorzichtig, beleid verwezenlijking daarvan zal kunnen bevorderen.

Men moet zulk een redenaarsbloempje niet al te ernstig opnemen. Ware het anders en ging de Indische Regeering inderdaad met „onbegrensde mogelijkheden" rekenen, dan zou zij alleen de mogelijkheid van een maar al te dreigende financieele débacle in werkelijkheid omzetten.

Sluiten