Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. GRONDSLAGEN DER HEFFINGEN.

Ik kom na deze uitweiding over den financieelen toestand van NederlandschIndië terug tot de belasting naar draagkracht en de progressieve heffing binnen matige grenzen, als consequentie van den eisch om alle ingezetenen te treffen ,,ir proportion to their respective abilities". Hierbij gaat het er — zooals wij zagen — om, van de ingezetenen een zooveel mogelijk relatief gelijkmatig offer te vragen, wat hetzelfde is als allen te belasten in overeenstemming met hun relatieve draagkracht. Het geheele. beginsel echter van belasting naar draagkracht is alleen van toepassing, en kan alleen van toepassing zijn, op personen, d.w.z. op menschen. en met een kleine uitbreiding op die juridische personen, die evenals de menschen. om een in de Duitsche wetenschap geijkten term te gebruiken, ,,Selbstzweckr zijn, dus op stichtingen. Voor vereenigingen en openbare lichamen, zooals de Staat zelf, provinciën en gemeenten kan het in theorie ook wel gelden, maar aangezien men hier te doen heeft met een soort van rechtspersonen, die juist niet ten doel heeft winst te maken, zal de vereeniging voor den belastingheffer in verband met de toepassing van de draagkracht-theorie wel van niet veel beteekenis zijn, en hem niet veel hoofdbreken kosten.

"Waar het op aankomt is dit, dat het spreken van draagkracht en van het toepassen van het beginsel van belasting naar draagkracht, waar men niet te maken heeft met natuurlijke personen of met rechtspersonen, die evenals deze hun eigen doel in zichzelf hebben, niet anders is dan het gebruiken van een in dat verband zinledig woord.

Grooter of kleiner draagkracht heeft degene, die een inkomen heeft ter bestrij-

11. Toepasselijkheid van het beginsel van belasting naar draagkracht.

12. Niet toepasselijkheid

ding van de uitgaven van zichzelf en eventueel van zijn gezin. Daarentegen heeft een rechtspersoon die geen eigen levensdoel heeft, en die alleen bestaat als middel om anderen aan inkomen of inkomensdeelen te helpen, geen draagkracht, en kan ze geen draagkracht hebben. Ze werkt alleen mede tot de vorming van de draagkracht dergenen, in wier belang zij bestaat, en wier belang haar eenig raison d'être en haar eenig levensdoel is en zijn kan. Dit nu geldt voor de naamlooze vennootschap en ook voor. de aan haar verwante coöperatieve vereeniging. Een vennootschap en een coöperatieve ver-eeniging hebben wel ten doel winsten te maken, maar niet voor zichzelf, doch, — om bij de naamlooze vennootschap te blijven, — voor haar aandeelhouders en verdere rechthebbenden op een deel van de winst. Een ander doel hebben zij niet en kunnen zij niet hebben. Daaruit

2

op naamlooze ven¬

nootschappen.

Sluiten