Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kapitaal, èn de leiding van elders noodig. Deze verhouding, welke ook thans nog in Nederlandsch-Indië bestaat, en nog wel in afzienbaren tijd zal blijven bestaan, leidt er toe dat de ondernemingen, die èn wegens het daaraan verbonden risico, èn wegens de groote kapitalen die er in den regel mee gemoeid zijn, hoofdzakelijk in den vorm van naamlooze vennootschappen worden gesticht, zich weliswaar in het land vestigen, maar dat de uiteindelijke bezitters van het kapitaal dat naar de tropen stroomt, zich niet zelf daarheen begeven.

Het gevolg hiervan is, dat in koloniale landen, en ook. in Nederlandsch-Indië, in tegenstelling met hetgeen in Europa het geval is, het inkomen van het volk als geheel genomen, slechts voor een klein deel in zich sluit hetgeen aan dividenden uit vennootschappen wordt getrokken.. In zulke landen komt het dividend als onmisbaar gevolg van de zooeven met een enkel woord geschetste verhouding, voor een belangrijk deel in handen van personen, die niet ingezetenen zijn i.c. van Nederlandsch-Indië. Dit heeft voor de koloniale landen een onmiskenbare schaduwzijde en het is niet te verwonderen, dat ook de intellectueels en beschaafde inlander geneigd is aan die schaduwzijde meer zijn aandacht te schenken dan aan de lichtzijde. Zoo zeide bijv. de heer Sastkowidjono in de vergadering van den Volksraad van 14 Juli 1919 (Handelingen, bl. 598): „Het hier werkend export-kapitaal is uitheemsch kapitaal en de gemaakte winsten vloeien grootendeels uit het land en gaan voor het nationaal vermogen verloren." En verschillende Nederlanders, vooral onder de sociaal-democraten, zeggen het hem na.

Geheel onjuist is die klacht zeker niet; maar zij is ook niet geheel juist. Iemand die, zooals de heer Sastbowidjono verklaart: „ik erken volmondig de groote beteekenis van het Europeesche kapitaal voor Indië en ik zou eene verdere toestropming daarvan toejuichen" (t.z.p.bl. 599) moet inzien dat hij dien wensch niet vervuld kan zien zonder die schaduwzijde op den koop toe te nemen. Maar deze is - en hierop komt het aan — lang niet zoo zwart als zij vaak wordt afgeschilderd. Ongetwijfeld verlaat een deel der in Indië gemaakte winsten het land, maar dat is geen drainage van het nationaal vermogen; het zou een drainage van het nationaal inkomen zijn, indien dat inkomen zonder de medewerking van den vreemden ondernemer en het vreemde kapitaal niet veel geringer zijn zou dan het nu is, na aftrek van het deel dat in den vorm van dividenden naar elders afvloeit. Indien de heer Sastrowidjono en zijne medestanders dit niet erkenden, zouden zij de toestrooming van Europeesch kapitaal niet kunnen toejuichen. Het nationaal vermogen wordt door de afvloeiing van dividenden naar elders in het geheel niet aangetast en het nationaal inkomen wordt er niet door verkleind; die afstrooming maakt alleen zijn verhooging als gevolg van de. medewerking van het uitheemsche kapitaal minder groot dan zij zonder die onvermijdelijke „Begleiterscheinung" zijn zou.

Sluiten