Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schatten van Indie's bodem tot ontwikkeling te brengen en dat een van de beste waarborgen is voor de internationale veiligheid van onze Oost."

In De Maasbede van 16 December 1921 drukte de heer L. J. M. Febek het kort en kernachtig uit, toen hij waarschuwde: „dat men zich,terwille van het Indische gemeenschapsbelang, zal hebben te hoeden voor een beleid dat het uitheemsche kapitaal van werkzaamheden in Indië af keerig maakt."

In de vergadering van de Eerste Kamer van 16 Maart 1921 (Handelingen 1920-21, bl. 631) zeide de heer Idenbubg : „Kapitaal (is noodig) om te ontginnen, om aan den dag te brengen en vruchtbaar te maken de verschillende rijkdommen van den bodem van Indië, van wat op den bodem wast en van wat er in is. Wie meent, dat het kapitaal alleen zal kunnen komen van den Staat, vergaapt zich aan een theorie. "Wij zullen wel degelijk noodig hebben particulier kapitaal, veel kapitaal! "Wij zullen, ondanks de bezwaren, die eraan verbonden zijn, dat kapitaal tot ons moeten trekken. Maar daarbij moeten wij waken tegen de misstanden. Het kapitaal als zoodanig zullen wij niet kunnen ontberen. Met het afgeven op het kapitalisme en op het kapitaal bewijst men Indië geen dienst. Wel doet men dat door te waken tegen verkeerde uitwassen van het kapitalisme, maar niet door het kapitaal zelf te weren".

Klaar en overtuigend werd de feitelijke toestand voorts uiteengezet door den heer Geeeetson in zijne rede van 20 December 1921 in de Tweede Kamer (Handelingen 1921-22, bl. 1201): „ Om tot economische en financieele zelfstandigheid te komen, behoeft Indië drie dingen:

a. natuurlijke hulpbronnen, of rijkdommen, zooals men ze zeer oneigenlijk noemt;

b. arbeidskrachten;

c. kapitaal.

„De twee eerste heeft Indië in overvloed. Maar ze kunnen niet tot rijkdom in economischen zin worden omgezet zonder behulp van het kapitaal. Zoolang Indië nog niet over eigen kapitaal beschikt, zal het buitenlandsche kapitaal eenzijdig eischen kunnen stellen, en daardoor in werkelijkheid en in laatste instantie altoos het laatste woord behouden. Ik ga niet in op de kwestie of dit goed is. Ik ben overtuigd, dat velen in deze Kamer dit verschrikkelijk vinden. Maar dit is een vraag, die hier niet ter zake doet. Eenvoudig omdat wij dit buitenlandsche kapitaal niet in onze macht hebben. Zoover het uit Nederland komt, hebben wij het tot op zekere hoogte nog eenigszins in de hand, en dit is het enorme voordeel, dat Indië van zijn connectie met Holland heeft. Maar stel, dat Indië nu eens geheel zelfstandig zou zijn binnen het Rijk.

„Dan zou het over het buitenlandsche kapitaal kunnen jeremieeren zoo hard het wilde; het zou het daar reeds belegde kapitaal kunnen plukken, zooals men het nu plukt ; het zou het zelfs het land kunnen uitjagen; maar het zou het nooit

Sluiten