Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Koloniën toe: „kom niet terug met de belastingen, zooals zij in Indië zijn of worden gedacht, maar leg ons voor een belastingstelsel op solide grondslagen opgebouwd, dat in zijn eigen deugdelijkheid een aanbeveling vindt", (t.z. p. bl. 1143). Met een niet zeer logisch voorbehoud ten aanzien van de heffing van uitvoerrechten, sloot ook de heer Marchant zich „wat de belastingpolitiek betreft" bij den heer de Geer geheel aan. (bl. 1149).

Bij de beraadslagingen over de Indische begropting voor 1922 sprak de heer Gerretson geheel in denzelfden geest als de heer de Geer twee jaar te voren had gedaan. „Naar het schijnt wil de Regeering ook de uitvoerrechten op de petroleum en misschien ook op andere producten in zulk een speciale productiebelasting omzetten. Ik waarschuw dat de Regeering zich hiermede op een uiterst gevaarlijken weg begeeft.

„Ik verzet mij tegen zulke belastingen, omdat ik ze ongrondwettig, onbillijk en noodzakelijk tot ernstige corruptie leidend oordeel.

„Het is mij — en ik wensch dit met grooten nadruk te zeggen — volmaakt onverschillig, hoe hoog men de winst van bij voorbeeld de Bataafsche belast. Mits men haar op denzelfden voet belast als de winst van alle andere bedrijven. . . Het systeem der speciale belastingen echter is een ernstige terugtred op belastinggebied". (Handelingen 1921—22, bl. 1202).

In zijn als bijlage VII opgenomen brief schrijft Sir Walter Townley: , Anything in the nature of discriminatory taxation is doomed to failure, not only because it creates a spirit of unrest, and uncertainty, but because it must eventually curtail the activities of the industry discriminated against, with the danger that those activities will inevi tably be reduced and turned into other channels."

Als controlemaatregel op de aangifte in de extrawinstbelasting is er geen enkele reden die controle niet op alle belastingplichtigen, die aan deze heffing onderworpen zijn, toe te passen en als zoogenaamd correctief van die belasting is er niet alleen geen enkele aanleiding tot zulk een schifting, maar leidt deze tot onbillijkheid en onrechtvaardigheid in al die gevallen, waarin de uitvoerrechten of de productenbelastingen een hooger heffingscijfer van de daaraan onderworpen ondernemingen beréiken, dan het bedrag, dat aan extrawinstbelasting moet worden betaald en waarmede 'de productenbelastingen tot het maximum van het'bedrag der extrawinstbelasting worden gecompenseerd.

De uitvoerrechten Wat nu de uitvoerrechten betreft, daarbij kan, voor zoover deze naar een vernaar „sliding scale" anderlijke schaal in verband met verkoopprijzen worden geheven, het zoogeals correctief op de naam(ie correctief op de extrawinstbelasting slechts in uitzonderingsgevallen als extrawinstbelas- 70odanig gelden, en als controlemaatregel hebben zij alleen in dezelfde uitzondeng' ringsgevallen eenige waarde. Immers bij zulke heffingen in verband met de markt¬

prijzen der ten uitvoer aangeboden producten, gaat men uit en moet men uitgaan

Sluiten