Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27. Gebrek aan eenheid inde uitwerking der productenbelastingen.

bezwaar is dus niet, dat de uitvoerrechten dit bewerken, maar dat zij dit doen op een bij uitstek onoordeelkundige* onbillijke en in hare gevolgen voor het land schadelijke wijze en dat het doel derhalve langs een anderen weg, die minder bezwaarlijk is, moet worden nagestreefd.

Met de productenbelastingen staat het, afgezien van het daartegen reeds ingebrachte hoofdbezwaar, niet veel beter. Al is daar het verband tusschen het bemoeilijken van de mededinging op de buitenlandsche markt, en de heffing der belasting niet zoo duidelijk zichtbaar als bij het uitvoerrecht, toch werken deze in geheel gelijke richting. Dit bezwaar kleeft trouwens, omdat zij een bedrijfsbelasting is, aan de geheele vennootschapsbelasting niet slechts zoodra deze overmatig wordt, maar zoodra zij in eenigszins beteekenende mate zwaarder is dan het recht dat in landen met concurreerende producten geheven wordt.

Wanneer men de algemeene uitwerking van het denkbeeld dér productenbelastingen nagaat, dan wordt men getroffen door het totale gebrek aan eenheid in den gedachtengang, die daarbij moet zijn gevolgd. Bij de suikerbelasting heeft men eenzelfde stelsel toegepast als bij de uitvoerrechten naar sliding scale, met deze afwijking, welke op zichzelf een verbetering is, dat de gemiddelde kostprijs van het product jaarlijks wordt vastgesteld, en op grond daarvan jaarlijks de belastingschaal wordt bepaald. Overigens is bij de suikerbelasting op dezelfde wijze als voor de vaststelling van de belastingschaal der bedoelde uitvoerrechten, alleen rekening gehouden met den gemiddelden kostprijs. Voorts wordt hier bij de nadere uitwerking het kostprijselement weer geheel losgelaten en alleen rekening gehouden met de winst die per picol product wordt behaald. Dit systeem is dus minder ruw dan dat van de uitvoerrechten, die met de marktprijzen rekening houden, maar aangezien ook hier geen verschil wordt gemaakt tusschen de ondernemingen die hooge- en die welke lage productiekosten hebben, krijgt men weer hetzelfde effect, d.w.z. dezelfde onbillijkheid, als waarop zooeven bij de bedoelde uitvoerrechten werd gewezen, n.1. dat door het niet rekening houden met de verhouding tusschen het bedrag aan winst per picol en den kostprijs, geheel in strijd met het beginsel van de extrawinstbelasting, de heffing relatief zwaarder is, naar gelang de onderneming onder ongunstigere omstandigheden werkt, m.a.w. naar gelang het winstpercentage van het kapitaal kleiner is.

Bij de tabaksbelasting en de theebelasting is men weer van andere grondslagen uitgegaan. Men moest hier wel inzien, dat de kostprijzen per eenheid voor de verschillende ondernemingen zoozeer uiteenloopen, dat, indien men alleen rekening hield met het bedrag van het verschil tusschen verkoopprijs en kostprijs, zooals bij de suikerbelasting geschiedt, de verhouding tusschen

28. De tabaks-en de theebelasting theoretisch nog de minst slechte.

Sluiten