Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belasting en winst zoo averechtsch worden zou, dat zelfs de meest oppervlakkige beoordeelaar er door getroffen zou worden. „Voor de producten, welker kostprijzen voor de verschillende ondernemingen ten zeerste uiteenloopen, met name voor tabak en thee, kan billijkheidshalve niet volstaan worden met het verschil tusschen werkelijken kostprijs en werkelijke opbrengst als maatstaf van belasting te bezigen. Uit den aard der zaak toch maakt het een groot verschil of een overschot van bijv. ƒ0.10 per 1li K.G. tabak wordt verkregen tegen een kostprijs van ƒ 0.25 tot ƒ 0.30 per V» K.G., zooals tot voor weinige jaren bij verschillende ondernemingen in de Vorstenlanden het geval was, dan wel door eène onderneming, waar de kostprijs ƒ1.— of meer per Va K.G. bedraagt, hetgeen voor de tabakscultuur ter Oostkust van Sumatra een normaal cijfer is. De belasting van gelijke winstbedragen zal dus ook lager moeten zijn naarmate deze winst bij een hoogeren kostprijs is behaald." (M. v. T. Ontwerp tot Wijziging en nadere aanvulling der begrooting van middelen van NederlandschIndië voor het dienstjaar 1920, Bijl. Handelingen Tweede Kamer 1919-1920, 565-3-bl. 20).

Men heeft bij die twee producten, ter vermijding van deze fout, welke aan de heffing kleeft, wanneer men geen rekening houdt met de verhouding van winst en kostprijs, (welke fout hier alleen wat meer in het oog springt dan bij de bebedrijfstakken, die door uitvoerrechten worden getroffen, en bij de suikerondernemingen) naar een in beginsel te billijken weg gezocht, om verband te brengen tusschen het winstpercentage en het percentage van de belasting op de winst. Bij deze twee productenbelastingen heeft men dus althans getracht naar hetzelfde stelsel te werk te gaan als dat naar hetwelk de extrawinstbelasting wordt geheven. In theorie was men hier op den goeden weg en, indien het mogelijk was geweest dezen weg te houden, zonder al te groote technische fouten te makën, zou dus bij dit systeem de productenbelasting inderdaad een correctief van- en een controle op de extrawinstbelasting hebben kunnen zijn. Echter kleven aan de uitvoering zulke grove belasting-technische gebreken, dat ook hier van de bedoeling niets terecht komen kon.

Hieronder, bij de bespreking van de techniek dier beide belastingen, zal ik de bedoelde technische fouten nader aan het licht stellen. Hier is het voldoende er op te wijzen, dat een regeling, welke ten gevolge heeft dat bij kleine verschillen in productiekosten, de belasting bij een gelijk winstpercentage in het eene geval de helft en meer hooger kan zijn dan in het andere, dermate ondeugdelijk is, dat men zich moet verwonderen dat de belastingwetgever, toen hij dit resultaat zag, (want het zou van gebrek aan deferentie getuigen te onderstellen, dat hij het niet gezien heeft) niet zelf tot het inzicht kwam, dat een op deze wijze geregelde heffing, hoe goed ze ook bedoeld mocht zijn, niet door den beugel kan. Bovendien heeft, afgezien nog van dit bezwaar, de regeling van deze beide belastingen het

Sluiten