Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38. Bezwaren van de winstbelasting.

39. Afschrijving en reserveering.

niet anders, of men moet rekening houden met het volle zuivere inkomen, onver-»schilligof het wordt verteerd dan wel belegd. Daar toch heeft men te maken met een belasting, die poogt de ingezetenen rechtstreeks te treffen, in evenredigheid tot hun draagkracht. En nu wordt iemands draagkracht niet verminderd, doordat hij een deel van zijn inkomen belegt; integendeel, zijn draagkracht bepaalt, welk deel van zijn inkomen hij beleggen kan.

Verward door de vergissing, dat ook de vennootschapsbelasting een rechtstreeksche belasting naar draagkracht is of zijn kan, heeft men nu naar analogie van hetgeen zooeven voor natuurlijke personen in herinnering werd gebracht, aldus geredeneerd: de vennootschap heeft draagkracht naar gelang van haar totale winst; de fiscus moet dus die totale winst trachten vast te stellen en naar het resultaat daarvan zijn heffing doen. De fout ligt hier in het uitgangspunt. Staat eenmaal vast, dat de belasting der vennootschappen een zakelijke belasting is, die op zichzelf niet naar het beginsel van belasting naar draagkracht geheven wordt of geheven worden kan, dan is het, zooals zooeven reeds met een enkel woord werd gezegd, eenvoudig een kwestie van belastingtechniek, waarmee geen enkele principieele kwestie gemoeid is, of men de heffing zal doen naar de volle winst, dan wel naar het deel, dat er van wordt uitgekeerd.

Uit een belasting-technisch oogpunt nu, heeft de heffing naar de geheele zuivere winst, met of zonder aftrek van een zeker percentage over het bedrijfskapitaal, groote bezwaren, die bij de belasting naar de uitkeeringen worden vermeden. Wordt de belasting naar de zuivere winst geheven, dan- kan de administratie niet volstaan, en volstaat zij in de praktijk nergens, met het volgen van de boeking van den belastingplichtige, maar wordt zij gedwongen deze boeking te controleeren. Niet slechts om bepaalde fraude te ontdekken. Deze laatste controle is bij geen enkele belastingheffing te missen. Maar ook en vooral om na te gaan, of door de belastingplichtige vennootschap niet onder exploitatiekosten is gebracht, wat geheel of ten deele op kapitaalrekening thuis behoort, en of niet meer is gereserveerd of afgeschreven, dan tegenover afslijting en waardevermindering van de verschillende onderdeelen van het bedrijfskapitaal noodig was. Alleen na deze controle kan de administratie vaststellen, of de tegenover aandeelhouders gedeclareerde winst overeenkomt met de werkelijke winst, en, zoo zij er van afwijkt, hoever die afwijking gaat. Een dergelijk onderzoek is hoogst moeilijk; wanneer het nauwkeurig geschiedt, is het niet alleen zeer tijdroovend, maar vereischt het bovendien groote deskundigheid en detailkennis bij de ambtenaren, die het hebben te doen. Dit zijn zwaarwichtige nadeelen van het stelsel, maar ze zijn de zwaarwichtigste nog niet.

Het hoofdbezwaar ervan is, dat de vaststelling van wat inderdaad compensatie is voor waardevermindering van kapitaalsonderdeelen, en dus terecht bij

Sluiten