Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bepaling van de winst in aftrek komt, en de onderscheiding tusschen die afschrijving en de hoogere afschrijving of reserveering, welke is gelijk te stellen met een storting van nieuw kapitaal in de vennootschap door de aandeelhouders uit het deel van de winst dat hun niet wordt uitgekeerd, niet naar objectief te bepalen regelen te doen is. Hiervoor is niet alleen grondige technische kennis betreffende den gemiddelden levensduur der verschillende onderdeel en van het kapitaal onmisbaar, maar moet ook rekening gehouden worden:

1°. met de zoogenaamde ideëele afslijting van machines en dergelijke, d.w.z. met de grootte van de kans, dat zij vóór ze werkelijk afgesleten zullen zijn, door verbeterde, meer kosten-sparende machines zullen moeten worden vervangen, om te voorkomen dat de onderneming door een verouderde voortbrengingswijze in de concurrentie ten achter zal staan, en

2°. met de kansen van rijzing of daling van de markt, wat betreft voorraden zoowel van het product der onderneming zelf, als van de daarin benoodigde grond- en hulpstoffen.

Nu spreekt het wel vanzelf, dat zelfs van den meest in zijn vak doorkneden, meest nauwgezetten en technisch meest deskundigen belastingambtenaar niet kan worden verlangd of verwacht, dat hij deze factoren zóó zal kunnen in rekening brengen, dat de toekomst zal bewijzen, dat hij juist gezien heeft. Men zou dan de beschikking moeten hebben over een staf van financieel-technische clair-voyants, die bovendien nog een flinke dosis algemeene economische kennis zouden moeten bezitten.

' Elke goede beheerder van een onderneming rekent met de mogelijkheid van veroudering zijner inrichting en van wisseling in de marktwaarde der zooeven aangewezen goederen. Hij schrijft dus in goede jaren meer af dan, strikt genomen, indien gerekend mocht worden op een jarenlange bestendiging van den dan bestaan den toestand, noodig zou zijn, en vermindert daarmede in het belang van de zaak, dus in het belang van aandeelhouders, de kwade kansen van ongunstige veranderingen in de conjunctuur. Hij voert m.a.w. een bedrijfspolitiek, die in de zakenwereld onder den minder gelukkigen naam van „conservatieve politiek" bekend is, maar die veeleer voorzichtige politiek moet worden genoemd.

De belastingadministratie, die een geheel anderen kijk op de zaak heeft, en van haar standpunt hebben moet, laat zich mèt overwegingen, voortgesproten uit zorg voor de toekomst, niet in. Zij bekijkt den toestand gelijk hij is op het oogenblik der heffing, met het gevolg, dat zij verschillende afschrijvingen en reserveeringen bij de bepaling van de winst, die niet tegenover aandeelhouders, maar tegenover den fiscus moet worden gedeclareerd, van haar standpunt terecht, schrapt of vermindert.

Vandaar een voortdurende strijd tusschen de belastingplichtige vennootschap

40. Verschil van opvatting bij de belastingadministratie en den bedrijfsleider.

Sluiten