Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reserveeringen tweeledige boekhouding aan te leggen, n.1. één voor haar aandeelhouders en één voor den fiscus. Bij nauwgezette beheerders moge dit — afgezien van den administratieven omslag — geen overwegend bezwaar hebben; het is intusschen wel duidelijk dat, wanneer de fiscus een stelsel volgt, dat tot een dergelijke consequentie leidt, zij den weg tot minder oirbare praktijken wel niet opent, maar toch vergemakkelijkt.

41. Conjunctuur- De Indische belastingadministratie geeft intusschen aan de belastingplichtigen

schommelingen. een middel aan de hand om — zonder tweeledige boekhouding — naar de eischen der billijkheid te. worden behandeld. In een zijner uitspraken over de toepassing van de Ordonnantie op de inkomstenbelasting zegt het Departement van Financiën het volgende:

„Iedere balans en winst- en verliesrekening dient op zichzelf te worden beschouwd. Wil de directie der vennootschap voorkomen dat met de afschrijvingen boven het bedrag van de eigenlijke waardeverminderingen in latere jaren geen rekening wordt gehouden, dan heeft zij dat in de hand door in plaats van af te schrijven, te reserveeren.

„Is de reserve in latere jaren noodig om werkelijke waardevermindering te dekken, dan laat men dat loopen over de winst- en verliesrekening, door de reserve geheel of gedeeltelijk daarop terug te brengen en voorts af te schrijven. De teruggebrachte reservé komt in het jaar van terugbrenging uit den aard der zaak niet als winst in aanmerking, terwijl de afschrijving wegens werkelijke waardevermindering in aftrek wordt toegelaten."

Hier doet zich het eigenaardige verschijnsel voor, dat het Departement van Financiën — zonder eenige wettelijke bevoegdheid — een voorschrift geeft ten aanzien van de door belastingplichtigen te volgen methode van boekhouding, en tot opvolging daarvan dwingt op straffe van een sterk verhoogden aanslag in de belasting.

In stede van bij de uitvoering van de betrekkelijke Ordonnantie rekening te houden met de wijze waarop de groote meerderheid der cultuurondernemingen hare boekhouding heeft ingericht en de belastingvoorschriften dienovereenkomstig toe te passen, tracht de administratie den belastingplichtige te forceeren op de door haar meest rationeel geoordeelde wijze boek te houden.

Intusschen erken ik dat het bij het laatst besproken punt niet om de zaak zelve, maar om meer of minder aanbevelenswaardige methoden van toepassing gaat. Er bestaan evenwel tegen dit systeem nog andere bezwaren die wél de kern der zaak raken. Een groot nadeel er van is, dat, aangezien de belastingadministratie met conjunctuur-veranderingen in de toekomst geen rekening houden kan, in een aantal gevallen, en dat vooral in een zoo bewogen tijd als men thans beleeft, na een of enkele jaren zal kunnen blijken, dat de zoogenaamde „conserva-

Sluiten