Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 1921 begane onrechtvaardigheid, voortvloeiende uit de combinatie van de terugwerking der heffing tot 1 Januari 1920 met de wijziging, dat telkens alleen met de uitkomsten van het laatstverloopen jaar zou worden rekening gehouden, niet nog wil vergrooten, men bij terugkeer tot het hier aanbevolen stelsel van aanslag over gemiddelde uitkomsten van de laatste drie jaar, dat stelsel toch alleen geleidelijk zal mogen invoeren, n.1. in dier voege dat men het eerste jaar alleen rekening blijft houden met de uitkomsten van het voorgaande jaar, het tweede jaar met het gemiddelde van de laatste twee jaren, en eerst het derde jaar het stelsel in zijn vollen omvang doet werken.

Ten slotte bestaat er tegen de regeling der belasting van de zuivere winst nog een ander bezwaar, dat wel niet van zoo overwegend belang is als die, welke tot nogtoe hier werden behandeld, maar dat ik toch niet geheel met stilzwijgen mag voorbij gaan, n.1. dat onwillekeurig beheerders van vennootschappen, die weten dat de voorzichtigheidshalve wenschelijke afschrijvingen en reserveeringen door den fiscus toch niet als in mindering komende van aan hem te declareeren winst zullen worden erkend, er toe kunnen worden gebracht, ook tegenover de aandeelhouders zulke afschrijvingen en reserveeringen achterwege te laten en daarmede, min of meer tegen beter weten in, de zaak te verzwakken.1) Natuurlijk zullen stevige persoonlijkheden voor zulk een invloed niet bezwijken, maar ook niet alle beheerders van vennootschappen zijn stevige persoonlijkheden, en de overheid heeft zich te wachten voor het maken van regelingen, die hare onderhoorigen naar den verkeerden weg wijzen.

Tegenover deze kritiek op het stelsel der belasting naar de zuivere winst, zal 4 men kunnen aanvoeren, dat het toch ook in Nederland bij de oorlogswinstbelasting werd gevolgd* en dat het in Indië reeds in 1908 werd in toepassing gebracht. Wat' het laatste betreft, moet niet worden vergeten, dat de belasting toen betrekkelijk laag was, hetgeen er toe aanleiding gaf, dat ook de fiscus , zich in den regel neerlegde bij de winstberekening, welke de directies der vennootschappen tegenóver de aandeelhouders opmaakten. Eerst sedert 1917, toen het bij de schatkist meer begon te spannen, werd scherper gecontroleerd en thans, nu volgens de nieuwe Ordonnantie de belastingen zooveel hooger zijn geworden, kan een scherpe controle met al de zooeven aangewezen bezwaren niet uitblijven. In belastingzaken is, zooals Pierson het eens uitdrukte, niet altijd twee maal twee vier. Wat weinig bezwaar heeft bij een matige heffing, kan een overwegende hinder worden bij hooge belasting.

Wat het volgen van het stelsel bij de oorloeswinstbelasting aaneaat. daar 4

♦3. Vingerwijzing in een verkeerde richting.

4. Het stelsel dagteekent in Indië reeds van 1908.

5. Het werd ook ae

was er niet aan te ontkomen, evenmin als aan de terugwerkende kracht, hoewel V0W bÖ oorlogs-

*) Zie ook: Kobndorffer t. a. p. bl. 165.

winstbelasting.

Sluiten