Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46. Bij de inkomstenbelasting van physieke personen bestaan overeenkomstige moeilijkheden.

men zich de bezwaren tegen het stelsel - dat kan ik wat Nederland betreft met de meeste stelligheid verzekeren - allerminst ontveinsde. De oorlogswinstbelasting was bedoeld als een tijdelijke heffing, die zelfs veel langer heeft moeten duren dan verwacht werd. Bij zulk een heffing kan men, indien men de oorlogswinsten treffen wil, niet anders dan ze ook ten volle aanslaan. Indien men zich daarbij bepaald had tot heffing van hetgeen er van uitgekeerd werd, zou men de vennootschappen er toe hebben gebracht, het grooter deel van die extra winsten te reserveeren tot de jaren, dat die belasting niet meer zou worden geheven, om ze dan uit te keeren. Dit ligt zóó voor de hand, dat men of wel geen oorlogswinstbelasting moet heffen of over het bezwaar heenstappen. Doch nu heeft juist de praktijk van de heffing der oorlogswinstbelasting bewezen, hoe ernstig de hier in den breede uiteengezette bezwaren tegen het stelsel zijn, en hoezeer daarbij in werkelijkheid zelfs bij eene welwillende toepassing door de belastingadministratie, grove onbillijkheden werden begaan en hooge heffingen werden gedaan Van boekwinsten, die achteraf bleken in het geheel of voor een groot deel geen werkelijke winsten te zijn geweest. Wat bij de oorlogswinstbelasting is geschied, is een waarschuwing om dit stelsel bij eene blijvende belasting niet te volgen, als er een andere uitweg mogelijk is.

Alvorens nu tot dien anderen uitweg te komen, nog een enkel woord over een tweede tegenwerping die tegen het door mij geleverde betoog is te maken Bij de eigenlijk gezegde inkomstenbelasting van physieke personen, die voor zich of als firmanten in een zaak een bedrijf uitoefenen, zal men toch ook ter bepaling van het werkelijk inkomen een contröle op de boekhouding en speciaal op de wijze van afschrijving en reserveering niet kunnen ontberen. Dit feit is niet te ontkennen; het is een nadeel van de inkomstenbelasting, waaraan men niet ontkomen kan en dat dus op den koop moet worden meegenomen. Volledig goede belastingen bestaan er nu eenmaal niet, maar het zou toch wel wat zonderling zijn hieruit de conclusie te trekken dat, waar men de aangewezen bezwaren met over de geheele lijn ondervangen kan. men er ook daar geen rekening mede zou moeten houden, waar men ze wél kan vermijden.

In de algemeene vergadering van de Vereeniging van Inspecteurs der Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen, gehouden te Amsterdam op 21 Mei 1921 (van welke vergadering een uitvoerig verslag werd gegeven in de nummers van 28 Mei 4 en 11 Juni 1921 van het Weekblad voor de Administratie der Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen) werd de kwestie winstbelasting of uitkeeringsbelasting door mij ingeleid, waarbij ik overeenkomstige bezwaren tegen de winstbelasting ontwikkelde, als bier werden uiteengezet. In die goed bezette vergadering van vaklieden, die bij uitstek bevoegd waren om over de zaak te oordeelen, brak maar één der aanwezigen een lans voor de winst-

Sluiten