Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen voor de duurdere een begrenzing noodig was. Intusschen zal het in de praktijk meermalen voorkomen, dat in werkelijkheid vrij dure aanschaffingen,

hetzij voor grondbewerking, hetzij voor transport, onbeperkt toegelaten worden, en kleinere machines in de fabriek vallen onder de zooeven aangewezen begrenzing. Maar nog zonderlinger is het, dat in de Theeordonnantie karren en automobielen zonder beperking in den uitgavenstaat opgenomen worden, en bij de Suikerordonnantie alleen voor zoover zij strekken ter vervanging van afgedankt materiaal. Hierbij is toch wel de eenheid van behandeling van volkomen gelijksoortige grootheden geheel zoek.

Bij de koffiebelasting blijven de exploitatieuitgaven over het algemeen buiten beschouwing. Men heeft er daar alleen mee te maken, voor zoover betreft de vraag of de bepalingen van art. 20 lid 1 en 2, omtrent de vrijstelling en het maximum der heffing van toepassing zijn. Hiervoor mag nu „tot de algemeene exploitatieuitgaven . .. niet (worden) gerekend afschrijvingen, renten, kosten van vernieuwing, andere dan gewoon onderhoud" (art. 20 lid 4).

Maar nog eigenaardiger is hetgeen omtrent de aanschaffing van de grootere machinerieën en de afschrijving daarop wordt bepaald. In den staat behoorende bij de Suikerordonnantie wordt van afschrijving in het geheel niet gesproken en wordt, wat de kosten van aanschaffing betreft, niet het voorbehoud gemaakt, dat deze niet hooger mogen loopen dan hetgeen aan de te vervangen zaken werd ten koste gelegd, terwijl in de Theeordonnantie en de Tabaksordonnanties deze op zichzelf verklaarbare en logische beperking wel opgenomen werd. Dat men voorts bij enkele van de Ordonnanties met afschrijving rekening houdt, doch bij de suiker niet, is even onverklaarbaar. En wat de afschrijving zelve betreft, is het toch wel duidelijk, dat de bezwaren die ik bij de bespreking van dit punt bij de „inkomstenbelasting" ontwikkelde, ook hier ten volle gelden. Wat „door een goed beheer geboden wordt" is een allerminst objectief' vaststaand begrip, en de toepassing der afschrijvingsbepaling met deze clausule, zal ongetwijfeld herhaaldelijk tot verschil van opvatting tusschen de belastingadministratie en de beheerders der ondernemingen leiden. Bovendien had men öf de afschrijving of wel de kosten van aanschaffing met de noodige beperking moeten opnemen, maar hoe men er toe gekomen is, behalve bij de suikerbelasting, beide naast

elkaar doch alternatief op te nemen, is allerminst duidelijk.

Maar wat wel het zonderlingste is in belastingen, die ten doel hebben een correctief te vormen van- en een controle op de extra winstbelasting is, dat men hier een gansch ander stelsel volgt dan bij de extrawinstbelasting zelf. Bij de bepaling van de zuivere winst laat de fiscus een vermenging tusschen kapitaal- en exploitatierekening, als in de uitgavenstaten bij de Ordonnanties op de productenbelastingen wordt gedaan, niet toe. Maar dan kan ook het resultaat van de winstbere-

54. Voor afschrijving gansch ander stelsel dan bij de inkomstenbelasting.

Sluiten