Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomen twijfelachtig. Bovendien is een rente van 4 of zelfs van 5V2 % voor elke onderneming, in verband met den tegenwoordigen rentestand, te laag.

Al even moeilijk is het te verklaren, waarom in art. 14 lid 8 der Suikerordonnantie wordt bepaald, dat bij de beoordeeling of een onderneming onder de grens der belastbaarheid valt 7 1/2°/o van het rouleerend bedrijfskapitaal (waarom niet ook hier 5 V2 °/o resp. 4 % ?) mag worden in rekening gebracht en volgens de Koffieordonnantie voor de overeenkomstige vaststelling geen rente in aanmerking komt.

Men moet aannemen dat men voor dit een en ander gronden heeft gehad, maar dat het voor de belastingplichtigen en voor iederen belangstellende klaar en duidelijk zou zijn, welke beweegredenen er toe hebben geleid, kan zelfs de zachtzinnigste beoordeelaar niet beweren.

De techniek der belastingen op tabak en thee laat ook in ander opzicht alles te wenschen over. Men heeft daarbij het stelsel gevolgd van het vormen van klassen van te betalen bedragen per 100 K.G. product in verband met.den ge^ middelden kostprijs per */■ K.G., waarbij voor elke klasse een minimum en een maximum kostprijs is aangenomen. Dit stelsel leidt er toe, dat in elke klasse naar gelang de volgens den uitgavenstaat berekende kostprijs meer nadert tot het maximum van de klasse, er in verhouding tot het percentage van de winst over het kapitaal percentsgewijze minder belasting wordt betaald. Dit blijkt duidelijk uit de in bijlage Ia—Ih uitgewerkte tabellen voor eenige klassen van gemiddelde kostprijzen en nog duidelijker uit de daarbij behoorende grafische voorstellingen, waarin die tabellen zijn in beeld gebracht. Bij de theebelasting is de zooeven aangewezen averechtsche consequentie sterker nog dan bij de tabaksbelasting, omdat bij de eerstgenoemde de grenzen van de klassen van gemiddelde kostprijzen verder uit elkaar liggen. Hoe lager de productiekosten, des te grooter de percentsgewijze teruggangen binnen de grenzen van elke kostprijsklasse. Ook dit een en ander blijkt uit de tabellen en grafische voorstellingen.

Zooals boven reeds werd gezegd, mag men de ontwerpers van deze Ordonnanties over die weinig gelukkige gevolgen van de regeling niet te hard vallen. Men zou er alleen aan hebben kunnen ontkomen, door voor eiken halven cent verschil in kostprijs per V2 K.G. een andere belastingschaal temaken, maar het is duidelijk, dat dan de geheele regeling zóó ingewikkeld zou zijn geworden, dat de geheele Ordonnantie niet meer uitvoerbaar zou zijn geweest.

Wanneer nu de verschillen die men door het stelsel van belastingklassen naar gemiddelde kostprijzen, zooals het in de betrokken Ordonnanties is ontwikkeld, verkrijgt, slechts gering waren, zou het onbillijk zijn, daarop een scherpe critiek te oefenen. Immers aan alle belastingen, hoe goed ze ook zijn geregeld, kleven fouten. Kleinere gebreken moet men dus door de vingers zien. Maar wanneer de belastingdruk bij de uitwerking van het stelsel van dien aard wordt, dat in som-

56. Grilligheden in de belastingschalen bij tabak en thee.

Sluiten