Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ai

z<

k

z o

e

t 1

2

59. De regeling van het beroep. 1

m belasting niet in eens wordt voldaan. Voor het geval de fiscns, zij het ook mder dat de administratie het helpen kan, zeifin gebreke is, moet hij niet zoo ras zijn in het opleggen van boete. Bovendien werkt een bepaling als die van art. 74, al is zij, behoudens hetgeen aoeven werd opgemerkt, te billijken, alleen dan niet vexatoir, wanneer de fiscus p elk aanslagbiljet, vooral wanneer het te laat wordt uitgereikt, en dus de terlijnen niet meer kunnen worden in acht genomen, op zeer opvallende wijze doet itkomen, op welken dag of welke dagen de boete ingaat. Anders loopen de be.stingplichtigen gevaar, streng te worden gestraft voor een geheel onwillekeurig :n niet bedoeld verzuim, waarvan de schuld grootendeels bij de administratie elve ligt.

Een veel ernstiger grief, die wel niet de wijze van heffing betreft, maar er toch .en nauwste mee verband houdt, geldt de regeling van het beroep ,n belastingzaken Volgens de geldende Ordonnantie op dit punt is er een Raad van Beroep, bevestigd te Batavia, welke bestaat uit vier leden, benoemd door den Gouverneurleneraal, en den Directeur van Financiën, die ambtshalve lid is. Deze regeling strijdt met een der eerste beginselen van administratieve rechtspraak Zal er ook voor het rechtsgevoel van den betrokkene in administratieve aangelegenheden wezenlijk recht worden gesproken, dan moet het rechterlijk college, dat de zaken onderzoekt en uitspraak doet, volkomen onafhankelijk zijn. Een rechterlijk colWe waarvan de chef van den dienst, die zelf in het geding is, voorzitter is, verdient, door dit enkele feit, hoe onpartijdig zulk een voorzitter zich ook^voorneemt te zijn, den naam van r^college niet. Bijde regeling die op dit gebied thans bestaat^ belastingadministratie voor een goed ^^^^f^f, de belastingplichtige den waarborg van onpartijdlgheid waarop hij recht heeft De poging door den heer C. J. J. Janssen gedaan (zie De Ind^che Me,cuu, van 10 Maart 1922), om deze regeling goed te praten, kon niet gelukken. Ik geet gaarne toe, dat de dienst der belastingen in Indië zelfstandig is geworden, maar dat neemt niet weg, dat deze dienst een onderdeel van het het hoofd waarvan de Directeur staat. Het is voorts best mogelijk, dal; de D recteur zich met geïncrimineerde aanslagen niet zal bemoeien, voor hij als Voorzitter van den Raadkan Beroep van de bezwaarschriften kennis kri gt. Voorts behoeft er niet aan te worden getwijfeld, dat voor de overige leden.met zorg gezocht.s en wordt, naar zelfstandige mannen. Maar dit alles raakt het principe niet De ve Zang van den Directeur van Financiën tot den Hoofdinspecteur is te vergelen met die van den Minister van Justitie tot den Procureur-Generaal b« den Hoogen Raad. Een regeling waarbij de Minister

zitter was van den Hoogen Raad zou het rechtsgevoel dermate ^Mjb^ afgezien nog van andere overwegingen - niemand er aan denkt. In Indie heeft

Sluiten