Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voel/en van oordeel is, dat men met een cassatierechter, die uitsluitend oordeelt over beweerde wetschennis, kan volstaan.

Gaat men verder en geeft men een recht van hooger beroep over de geheele zaak bij een hoogeren of den hoogsten rechter, dan wordt de gelijkheid in de geheele toepassing der belastingordonnanties wél beter verzekerd maar wordt ook een deel van het voordeel, dat men met de instelling van verschillende Eaden van Beroep in de onderscheiden deelen van het land bereiken zou, weer weggenomen Toch schijnt het mij toe, dat deze oplossing nog de voorkeur verdient. Maar wat ook de beslissing moge zijn omtrent een veelheid van beroepsraden, het staat dunkt mij vast, dat de bepaling dat de Directeur van Financiën Voorzitter is van den Raad van Beroep, hoe eer hoe beter behoort te verdwijnen. In het rechtscollege in belastingzaken mag geen enkele belastingambtenaar zit-

ting hebben. , .„ , . .. „

Het heeft mij getroffen in een zeer lezenswaardig en m verschillende opzichten te onderschrijven artikel van den heer H. J. Vooren in De Indische M.rcuur van 26 Mei 1922 een beschouwing te vinden, tegen welker uitgangspunt met ernstig genoeg kan worden opgekomen. Men leest daar: „Ik meen niet te veel te zeggen met te beweren, dat ook ten aanzien der rechtspraak de alleroverheerschende vraag is of de bestaande regeling wel de meest vlotte afdoening van zaken die mogelijk is, waarborgt. Is dit niet zoo, dan dient zij te worden gewijzigd, ook al is het volmaakte niet dadelijk bereikbaar. - Het behoeft geen betoog, dat de opgeworpen vraag of de Directeur van Financiën al dan niet Voorzitter, van den Raad van Beroep behoort te zijn, hierbij haar beteekenis verliest'

Geheel in denzelfden geest schrijft de heer Vooben een weinig verder: De heei Janssen wijst er op, dat instelling van meerdere Raden van Beroep noodzakelijk moet medebrengen de aanwijzing van het Hooggerechtshof als cassatierechter, zulks ter verkrijging van eenheid in de rechtspraak. Ik wil dit toegeven, ischoon het geen groot gevaar zou opleveren als, ter wille van de inhaling van achterstand, die eenheid eens gedurende een korten tijd ontbrak".

Ik aarzel niet den geest die uit deze woorden spreekt kortweg verderfelijk te noemen. Ongetwijfeld snel recht is hoogst gewenscht; maar het moet dan snel recht zijn. Iemand, die durft beweren, dat de waarborgen voor önpartydigheid van den rechter en voor eenheid in de rechtspraak „haar beteeken^ over den eisch, dat de zaken snel worden afgedaan, is, waar het aankomt op de vraag hoe, zoo mogelijk het snelst, maar in ieder geval het best^rech wordt gedaan in belastingzaken, een wat al te onbetrouwbare g!ds Het enkele feit, ™ een ernstig man in een ernstig tijdschrift voor een zoo ernstig onderwerp.als de regeling der r^spraak in. belastingzaken zoo lichtvaardig schrijven kan, dwingt tot een krachtig protest.

Mocht de geest, die uit de woorden van den heer Vooren spreekt, m Indië

Sluiten