Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE n.

's-Gravenhage, 17 Februari 1922.

Aan Zijne Excellentie

den Heer Gouverneur-Generaal van Ned.-Indië. BUITENZORG.

Excellentie,

Tusschen eenige leden van onze Vereeniging (goedgekeurd bij K. B. van 27 December 1921 JVo. 6) en de administratie der belastingen in Nederlandsch-Indië is een geschil gerezen over de toepassing der Oorlogswinstbelasting aldaar. Volgens art. 10 der ordonnantie betreffende deze heffing wordt het inkomen der belastingplichtigen opgevat en berekend volgens de artt. 3 tot en met 8 der ordonnantie op de inkomstenbelasting, opgenomen in Stbl. 1908 No. 298 met de daarin later gebrachte wijzigingen.

Het vijfde lid nu van art. 4 van laatstbedoelde ordonnantie bepaalt dat voor de berekening van het zuiver inkomen het bruto-inkomen wordt verminderd o. a. met „de op het inkomen drukkende lasten die volgens wettelijke verordeningen of plaatselijk gebruik voor rekening van den belastmgphchtige komen, de verponding en andere daarmede in aard overeenstemmende heffingen Deze bepaling is wel is waar geschreven voor inkomsten uit onroerende goederen maar zg bevat den algemeenen regel, dat lasten, die op bepaalde bronnen van inkomst als zoodanig drukken bij de bepaling van het inkomen uit die bron in mindering mogen gebracht, een be ginsel dat ook in art. 6 par. 2, 2« lid, tot uitdrukking komt, waar onder letter b alle „kosten noodzakelijk tot verwerving van het inkomen of ter voortzetting van het bedrijf, het beroep of de onderneming" in mindering worden toegelaten.

Tusschen de belastingadministratie en onze boven bedoelde leden bestaat er dan ook volledige overeenstemming dat op grond van deze bepaling voor de berekening van het zuiver inkomen fZrt Jle, !■ ^ V* belastin^ die in aard met de verponding overeenstemmen, dus zakelijke belastingen, wel in mindering mogen gebracht. De vraag die partijen verdeeld houdt defe: Is de inkomstenbelasting van in Ned.-Indië werkende, doch in Nederland gevestigde naamlooze vennootschappen een persoonlijke of een zakelijke?

Van- de zijde van enkele belastingplichtigen, die hun bedrijf niet uitsluitend in Ned.-Indië uitoefenen, werd tot staving van hun betoog, dat de op hen drukkende belasting een zakelijke is, aangevoerd dat deze niet het geheele inkomen van het bedrijf treft en slechts geheven wordt over het inkomen verworven door uitoefening daarvan in Ned,Indië. Zij leiden daaruit af dat de belastmg dus voor hen een zakelijk karakter heeft.

De belasting-administratie voert hiertegen aan, dat weliswaar de belasting in dit geval alleen geheven wordt van het in Ned,Indië verworven inkomen, maar dat daarbij toch acht moet worden geslagen op andere bronnen van inkomen van denzelfden belastingplichtige. Hierdoor treedt het persoonlijk element op den voorgrond en om die reden wordt de heffing aangemerkt als een persoonlijke belasting.

Sluiten