Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men heeft daarbij slechts uit te gaan van gegevens, waaromtrent tusschen den fiscus en den belastingplichtige overeenstemming werd bereikt, of- althans met gegevens, die definitief werden vastgesteld, zij het ook in verschillende gevallen zonder instemming van de belastmgphchtigen.

De aantooningen naar deze methode kunnen dus door de belastingadministratie uit haar eigen gegevens met heel weinig moeite worden gecontroleerd, en daarbij is een nieuwe strijd tusschen fiscus en belastingphchtige vrijwel uitgesloten. DTWTa(.

Het verschü tusschen het hierboven aanbevolen systeem èn dat hetwelk door tf.h.JN.l.b.U. werd in overweging gegeven, bestaat hierin, dat bij het laatstgenoemde geen rekening gehouden werd met verhezen, die uit reserves van voorafgaande jaren werden gedekt of verminderd, en die niet bij de bepaling van de gemiddelde winst over drie jaren reeds werden in rekening

gebracht. ï.. ■ , ■ 1

Hoewel er verschil van gevoelen mogelijk is over de vraag, of bij de aantooning rekemng gehouden moet worden alleen met het bedrag der affectieve stortingen, dan wel met het bedrag, dat daarvan op 31 December 1919 nog aanwezig is, heeft het Algemeen Bestuur aanleiding om te vermoeden, dat de fiscus zich op het standpunt zal plaatsen, dat het niet voldoende is als er door affectieve stortingen kapitaalsverhooging heeft plaats gehad, maai- dat die verhooging alleen in aanmerking kan komen, voor zoover zij op 31 December 1919 nog aanwezig is

Het Algemeen Bestuur ontveinst zich niet, dat deze opvatting met geheel logisch is. Bg het aanvankelijke of door emissies verhoogde kapitaal wordt ook niet gevraagd naar hetgeen daarvan noK in het bedrijf aanwezig is, voor zoover niet volgens art. 25 letter e de aandeelen voor een grooter of kleiner deel wegens verhes zijn afgestempeld. Ook wanneer, in plaats van openlijke of stille reserves te maken, het aandeelenkapitaal met het werkelijke kapitaal m overeenstemming werd gehouden door het uitgeven van bonus-aandeelen, komt het er voor de toepassing van art 25 c, welk stelsel men ook volgt, niet op aan, of het kapitaal, dat door die bonusaandeelen wordt vertegenwoordigd, indien er maar niet wegens verhes een deel van is afgestempeld, nog aan-

WLoggisth is het derhalve niet, dat verschü wordt gemaakt of tegenover affectieve stortingen door afschrijving of reserveering bonus-aandeelen werden uitgegeven of niet. Dit toch is slechts een kwestie van vorm, maar heeft niet te maken met hetgeen door de aandeelhouders in de onderneming werd gestort, respectievelijk door hen daarin werd gelaten. De redactie van art 25 letter c sluit echter de opvatting, welke bij het aanbevolen stelsel wordt gevolgd niet uit," en het Algemeen Bestuur meent zelfs den schijn te moeten vermijden dat het een stelsel aanbeveelt, dat de rechten en belangen van de «ehatkist zou kunnen benadeelen. Het komt er nier in de eerste plaats op aan, dat de belasting-administratie bereid is het wegens zijn eenvoudigheid ook voor haar groote voordeelen biedende stelsel te aanvaarden, en dit zal men het gemakkehjkste bereiken, door het eenige geschilpunt, dat hieromtrent kan bestaan, van den aanvang af ten gunste van de schatkist te beslissen. . , ." • j ■ l u

Aangezien de fiscus voldoende gegevens heeft om het bedrag der m mindering te brengen verliezen te bepalen, is een strijd ook omtrent dit punt met te vreezen.

Sluiten