Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belasting en de Inkomstenbelasting is neergelegd, onverkort het bezwaar, dat in het V. V. van de Tweede Kamer tegen het wetsontwerp van Minister de Vries werd in het midden gebracht. Dit bezwaar geldt m het algemeen, maar het geldt zeer in het bijzonder ten aanzien van' de bepaling dat de Inspecteur voor die belastingplichtigen, die op 11 Januari 1922 nog geen kapitaalsaantooning deden, — en dit is ongetwijfeld de overgroote meerderheid hunner — eigenmachtig bepaalt welk bedrag voor den voorloopigen aanslag als gestort kapitaal wordt aangemerkt. Hier geldt wel zeer sterk, om met de woorden van het V. V. te spreken, dat het niet oirbaai- is de belastingbetalers te verplichten, wellicht onverschuldigd groote bedragen aan den fiscus at te staan Bij de toepassing van de gewijzigde Ordonnantie op de Suikerbelasting waarin de voorloopige aanslag voor die belasting wordt geregeld, is reeds thans de onbillijkheid van het geven van een bevoegdheid tot afwijking van de aangifte gebleken. Volgens door onzen Raad ontvangen inlichtingen, werden door den Voorzitter der Commissie van Aanslag uitgaven, gedaan door Suikerondernemingen voor mest, verlaagd en naar het schijnt gesteld op een algemeene norm, niettegenstaande de in de aangifte opgenomen bedragen werkelijk waren betaald. ...f.^6' VOOr beroep vatbare toepassingen druischen niet slechts tegen alle recht en

billijkheid m, zij zijn ook in strijd met den inhoud der Ordonnantie in kwestie, welke aan den Voorzitter alleen de bevoegdheid geeft uitgaven te verminderen, die naar zijn oordeel tot een onjuist bedrag zijn aangegeven. Zij zijn evenwel aan het stelsel der voorloopige aanslagen dat in de Ordonnanties van 9 October en 20 December 1921 is uitgewerkt, inhaerent. Ze kunnen alleen worden weggenomen door terug te keeren tot het eenige stelsel, dat, wanneer men eenmaal m het belang van een spoedig binnenkomen van 's Lands gelden den voorloopigen aanslag opneemt, juist en billijk is, n.1. dat een dergelijke aanslag geschiedt zonder onderzoek van de aangifte, en dus ook zonder afwijking daarvan.

Volgens een bericht in het Avondblad van de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 6 Maart 1922 begrijpt men het ook in Duitschland aldus. In een bijeenkomst, welke de Rijkskanselier Zaterdag 4 Maart j. L met de leiders der coalitie had, werd door Dr. Hermes een voorstel gedaan tot heffing van een gedwongen leening. Daarin werd volgens het bericht van den Berlijnschen correspondent van de Kölnische Ztg. opgenomen:

„Ten einde zoo spoedig mogelijk over de leeningsgelden te kunnen beschikken, zal een voorloopige betaling, gebaseerd op eigen aangifte, mogelijk zijn".

^Onze Raad mag niet nalaten Uwe Excellentie te wijzen op het gróote gevaar voor 's Lands schatkist van regelingen, welke den belastingplichtigen terecht het gevoel geven van in hun rechten te worden verkort. Wanneer de belastingwetgever er niet voor waakt, dat hij tegenover den belastingplichtige billijk blijft, ook waar hij streng moet zijn, wordt de plicht van den laatste om tegenover 's Lands schatkist eerlijk en oprecht te zijn, geheel ondermijnd

Onze Raad beseft wel, dat er ook in Indië belastingplichtigen zijn, die het met hun burgerplicht m hscale aangelegenheden niet zoo nauw nemen, en dat de fiscus tegenover dezulken over de noodige middelen ter voorkoming en bestraffing van ontduiking moet beschikken. Tegen verscherping van strafbepalingen tegen ontduikers zou onze Raad dan ook stellig niet opkomen Maar het kan de ontduikmgszucht bij sommige elementen der Indische samenleving slechts aanwakkeren, als de belastmgautoriteiten hunnerzijds niet naar strikte rechtvaardigheid streven Dit moet voor den belastingwetgever een reden te meèr zijn, om er geen aanleiding toe te geven dat het in allengs breeder klingen niet meer als onbehoorlijk zou worden beschouwd, de rechten van. den fiscus te verkorten, telkens wanneer men dit straffeloos doen kan. Immers hoe slapper de moraal in dit opzicht wordt, hoe minder de bedoelde maatregelen kans hebben hun doel te bereiken.

Sluiten