Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan — misschien met hulp van Engeland — Duitschland in den rug zou aanvallen.

In den loop van het jaar 1921 verscheen een werk van meergenoemden (voormaligen) Duitschen gezant in Frankrijk, Freiherr von Schoen. In dit boek geeft deze diplomaat een uitgebreid en hoogst belangrijk overzicht van zijn rijke levenservaring als gezant te Kopenhagen en te St. Petersburg, daarna als rijksminister van buitenlandsche zaken, te Berlijn en ten slotte als gezant te Parijs. In die onderscheidene betrekkingen is von Schoen van. zeer nabij betrokken geweest in een aantal hoogst gewichtige zaken, welke van invloed geweest zijn op Duitschland's verhouding tot andere landen. Het werk veroorlooft den lezer van deze persoonlijke herinneringen een blik te slaan in het voorgevallene met betrekking tot vele staatkundige vraagstukken en verwikkelingen van de jongste decennia. Nopens de bijzonderheden van het gebeurde bij het uitbreken van den oorlog in 1914, geeft de heer von Schoen een stellige bevestiging van hetgeen, blijkens het vorenstaande, door den oud-president Poincaré werd onthuld; bepaaldelijk ook, dat de Duitsche Regeering op 31 Juli 1914 haren gezant te Parijs opdroeg, om, bijaldien Frankrijk verklaarde in den niet meer te vermijden oorlog met Rusland onzijdig te blijven, te verlangen dat Duitschland het recht zou hebben de vestingen Toul enVerdun tijdelijk te bezetten. Aangezien de Fransche minister Viviani echter met deed blijken, dat het voornemen bestond onzijdig te zullen blijven, werd de Duitsche eisch betreffende de Fransche vestingen, door von Schoen niet overgebracht. Overigenswordt het denkbeeld om dien eisch te stellen, door von Schoen in ronde woorden afgekeurd en — in ongeveer gelijken zin als hiervoren geschiedde — beoordeeld. Hij ziet er wel is waar geen aanwijzing

Sluiten